Patronus - Cliens
Het verfijnde systeem van wederzijdse afhankelijkheid
Al vanaf het ontstaan van het Romeinse rijk bestond er een systeem van rijken en armen die elkaar hielpen en nodig hadden. "Do ut des" "Ik geef opdat jij geeft"
Patronus - De beschermheer (van "pater"= vader)
Cliens (mv. clientes)- Degenen die  lager in rang waren (Ten tijde van het keizerrijk was bijna  het hele gewone volk cliens van een patronus zodat de term cliens zo ongeveer gelijk stond aan Romeins burger)
Langzamerhand kregen de clientes  meer rechten. Ze waren geen lijfeigenen meer en de verhoudingen wijzigden zich.
De patronus werd een soort vader (wel met absolute macht, net als in zijn eigen gezin) en de cliens een soort familie van de patronus.
Het systeem was nu gebaseerd op "Amicitas et fides" "Vriendschap en trouw"
(maar neem maar aan dat "Do ut des" niet vergeten werd!)
De clientes moesten:
-Respect tonen voor hun Patronus
-Hem begeleiden naar belangrijke openbare zaken (als gevolg, hoe meer clientes hoe waardiger de Patronus leek)
-Hem ondersteunen bij redevoeringen (zoals luid toejuichen of "hij heeft gelijk" roepen)
-Altijd op hem stemmen

De patronus moest:
Zijn macht en aanzien inzetten ten voordele van de cliens in zaken als:
- Rechtsbijstand, bv bij erfeniskwesties
- Ontheffingen van plichten of verlichten van plichten, zoals het driekinderenrecht;  ius trium liberorum.
( mannen met meer dan 3 kinderen kregen belastingvoordeel en de beste kansen op een betere baan)
- Ondersteuning geven, in de vorm van geld of voedsel  (sportula).  In de keizertijd in ruil voor verleende diensten.

Het was een oeroud systeem, al voor 400 v.Chr. waren de clientes  lijfeigenen van de patronus en moesten voor hem werken. In ruil kregen ze in nood  bescherming en indien nodig rechtsbijstand
Salutatio
Dit vind ik  zo'n rare gewoonte maar was toen heel normaal.
Alle clientes maakten 's ochtends hun opwachting bij hun patronus. ("salutatio"=begroeting)
Ze werden ontvangen in het mooiste en rijkste gedeelte van het huis, het atrium.
Misschien alleen om de koppen te tellen, of voor een oprecht belangstellend praatje, of om toe te zien op het uitdelen van de
sportula, of om je in de studeerkamer uit te nodigen voor een opdracht, of om je uit te foeteren (brrr).
Maar ja, als je elkaar zo elke dag zag kreeg je  natuurlijk wel een band. 
Soms volgde hierna een ochtendwandeling.  Dit was wanneer de patronus wat belangrijks te doen had en hij zo waardig mogelijk over wilde komen met een zo groot mogelijk gevolg. Dus alle clientes moesten meewandelen.
Een beroemde cliens: Marcus Valerius Martialis (40 AD- ongeveer 104 AD)
Een paar van de bijzonder geestige gedichten van Martialis heb ik al geplaatst. meer
Hij viel eerst onder het patronaat van de familie van Seneca. Later was zijn patronus Plinius Secundus, oftewel Plinius de jongere, jawel, dezelfde die we kennen van de brieven over de ondergang van Pompeii.
Ook had hij andere, machtige patroni, waaronder zelfs keizer Domitianus, aan wie hij een gedichtenbundel opdroeg waarvoor hij in ruil het driekinderenrecht kreeg met alle bijbehorende voordelen.
Zijn hele leven moest Martialis sappelen en op Salutatia verschijnen en leven van sportulae en uitnodigingen voor cena's (avondmaaltijden) waarbij hij de "gulle" gastheer als dank  moest vereeuwigen in een gedicht.
En wee als de gastheer niet gul genoeg was, Martialis stond bekend om zijn bijzonder hatelijke epigrammen.
Plinius de jongere, zijn patronus,  was een echte vriend geworden en beschermde en ondersteunde hem. Hij gaf Martialis zelfs het geld om na 34 terug te kunnen keren naar zijn geliefde vaderland (Het tegenwoordige Spanje)
Bij de dood van Martialis schreef Plinius in een brief aan een andere vriend over hem: erat homo ingeniosus acutus aeer et qui plurimum in scribendo et salis haberet et fellis, nec candoris minus. (hij was een schrandere, scherpe en fijne geest, als schrijver even eerlijk als geestig en hatelijk)
Martialis Epigrammen II -57

"Die man daar, die je met trage, besluiteloze stappen ziet lopen, in purperen gewaad gekleed; voor wie de wandelaars in de Saepta eerbiedig wijken; die eleganter gekleed is dan om het even wie in Rome; die op de voet gevolgd wordt door een troep cliŽnten en door langharige slaven; die onlangs een nieuwe matras en nieuwe gordijnen voor zijn draagstoel heeft gekocht; welnu, die man heeft zopas, om vanavond te kunnen eten, bij pandjesbaas Cladus zijn ring verpand voor een habbekrats."
Enige voorbeelden:
Martialis Epigrammen II -18
"Ik hengel bij jou, Maximus, naar een uitnodiging voor een avondmaal. Ik geneer me er wel voor, maar ik doe het toch. Jij vist echter bij een ander naar een uitnodiging voor een avondmaal. We zijn dus gelijken! 's Ochtends vroeg kom ik naar jouw huis om je de ochtendgroet te brengen. Er wordt me gezegd dat jij allang op weg bent om elders zelf de ochtendgroet te brengen. We zijn dus gelijken! Ik vergezel jou op straat, ik doe de massa plaats maken voor jou. Jij vergezelt echter een ander. We zijn dus gelijken! Maar ik heb er schoon genoeg van, Maximus, het vijfde wiel aan de wagen te spelen. Ik vind dat een patronus patronus moet blijven en geen cliŽnt mag worden."
Aaarch wat een suikerzoete
voorstelling van de verhouding
Patronus / cliens (de patronus
natuurlijk groter afgebeeld)
Meer de werkelijkheid; ja
daar gaat hij weer, mijn
patronus, hij probeert zo
intelligent mogelijk te kijken
maar wij weten wel beter.
Ook mag hij wel eens vaker
naar het badhuis...
Ja het is erg vroeg maar zet je vriendelijkste gezicht op voor de Patronus...Hij is tenslotte je "beste vriend"
Zo zullen er ook
patroni geweest zijn die een
frisse hekel aan sommige
van hun clientes hadden


Onderzoek, tekst en webdesign ©Sione van Walderveen



     
   Gastenboek voor vragen en opmerkingen  op index  pagina