Dodenriten in de Romeinse tijd.
Bijna elke grafsteen uit de Romeinse tijd begint met 'dis manibus'. De oude Etruskische naam voor heerser van de dood was Dis.
Geesten van gestorven mensen  werden  'manes' genoemd. Misschien verwees deze naam naar de Etruskische godin Mania. Zij en haar man Mantus  waren volgens
de Etrusken  bewakers van  de onderwereld.
De Romeinen hadden echter zeer veel goden en godinnen en Mania speelde geen belangrijke rol.  Mania en Mantus werden vereenzelvigd met de Griekse goden
Hades en  Persephone.  Dit werden weer de Romeinse Pluto en Proserpina.
"Dis manibus"  zou je  poëtisch kunnen vertalen met " Aan de schimmen van de onderwereld"












 
 
 




                             


                                                       

voor
dis manibus
 
geesten en feesten
< Het symbool van Mano Fica
dis manibus 1
Grappig:  Het bekende "duivelsteken" bij rockconcerten (gebalde vuist en opgestoken pink en middelvinger) was bij de Romeinen een bezwering tegen impotentie. 
  De manes waren alle zielen, goed of slecht, van gestorvenen.  De zielen van degene die je geen kwaad toewensten en je zelfs beschermden werden lares genoemd. Dit
  waren meestal je voorouders en ze werden vereerd in een huisaltaar:  het lararium. Van de mannen in de familie die naam gemaakt hadden in de wereld werden
  dodenmaskers van was gemaakt. Deze maskers werden door acteurs gedragen in begrafenisstoeten van nazaten. Ze moesten ongeveer hetzelfde postuur hebben als de
  overledene en zijn mooiste en beste kleding aanhebben. Ik zou dat graag hebben willen zien, luguber en groots tegelijk.

  Maar goed, van de goden  terug naar de gewone mensen. Het was zeer belangrijk voor de Romeinen om begraven te worden. Zelfs in de periode
  dat mensen over het algemeen gecremeerd werden, zo rond 100 v Chr. tot 400 na Chr., (behalve slaven en kinderen jonger dan 40 dagen ) was het belangrijk dat
  er tenminste iets begraven werd, al was het  maar een botje.
  Er was een term voor; 'justa facere', wat betekent 'de juiste dingen doen'.  Dat wil zeggen dat iedere  gestorven romein de juiste begrafenisrituelen moest
  krijgen, ook als er geen lichaam meer was. In dat geval werd er tijdens de rituelen een lege tombe gebruikt.
  Wanneer er geen tijd of gelegenheid was een lichaam te begraven (bv tijdens een veldslag) waren drie schepjes aarde die over het lijk gegooid werden ook voldoende.
  Dit was allemaal noodzakelijk omdat de geest van de overledene anders ongelukkig was en zou blijven rondspoken.

   

  -  Het tweede belangrijke festival was speciaal om de kwade geesten, de lemures, weg te jagen. De 'Lemuria' duurde negen dagen en begon op 7 mei. Alleen de
  oneven dagen werden geteld. De even dagen brachten ongeluk. Vanwege dit festival vond men de hele maand mei ongeluk brengen en werd er bijvoorbeeld liefst
  niet getrouwd.
  Er zijn heel wat verschillende versies van de gebruiken rond de  festival die op grote lijnen gelukkig  overeen komen maar in detail verschillen.
  We nemen maar de versie van Ovidius ( 43 vChr. – 17 of18 nChr.)
  De huisvader van het gezin  moest elke avond van dit festival om middernacht zijn handen wassen en blootsvoets om het huis lopen. Hij had negen zwarte boontjes bij zich
  die hij uitspuugde of volgens andere versies over zijn schouder wierp. Hij moest daarbij de andere kant opkijken.
  Het idee was dat de geesten achter zijn rug de boontjes oppikte. Elke keer als de man een boontje uitspuugde of wegwierp sprak hij een bezwering uit:
  "Hiermee verlos ik mezelf en mijn huisgenoten ".  Ovidius schrijft dat hij hierbij de mano fica maakte om het kwade oog te bezweren. Dat wil
  zeggen je duim in gebalde vuist tussen wijsvinger en middelvinger steken, oorspronkelijk  een vruchtbaarheidssymbool. Dit symbolische gebaar werd ter bescherming
  nog  eeuwenlang nadien gebruikt.
  Wanneer de ronde om het huis voltooid was en alle boontjes uitgespuugd of weggeworpen,  moest de man weer zijn handen wassen en flink lawaai maken op bronzen pannen
  (Anderen zeggen dat de familieleden bij zijn terugkeer op bronzen pannen trommelden) terwijl hij negen keer nog een bezwering uitsprak "manes exite paterni"
   Hierna mocht hij pas weer om zich heen kijken om te zien of alles in orde was en was de ceremonie geeindigd.
Nog een imago. Eng dat ze die ogen inlegden!  Nu ja, deze
meneer kijkt gelukkig nogal vrolijk bij zijn dood.
Een imago uit  300 n. Chr.
Dodenmasker (imago)  van Caesar
En nu komen we bij de kwade geesten. Zij waren degene die niet op een goede manier begraven waren of die een gewelddadige of vroegtijdige dood gestorven waren.  Zij werden 'lemures' genoemd.  
  Er waren twee momenten in het jaar waar de Romeinen hun doden  vereerden.
  -  In het begin van het jaar had je de dies parentalis. Dit was de periode  van 13 tot 21 februari.
  De laatste dag van de dies parentalis was de feralia, waar de goede geesten van de dode voorouders werden vereerd met bloemen en kleine geschenken, net
  zoals we  vandaag de dag nog doen met Allerzielen of de sterfdatum van een geliefde. Offers aan tempels van speciale goden werden gebracht. Lampen bij het graf
  of de urn werden  gebrand en er werd een feestelijke maaltijd  gehouden. Dit gebeurde overigens ook bij het tweede belangrijke festival; de lemuria. (zie hieronder).
  Er waren  nog twee  kleinere feestdagen waarop bloemen naar het graf van een geliefde overledene konden worden gebracht. De violaria, viooltjesfestival, eind maart,
  en de rosaria, rozenfestival, eind  mei. Alles om ervoor te zorgen dat de geesten gelukkig waren en zouden blijven waar ze thuishoorden zonder de levenden lastig te vallen.
Een begrafenis. Dat het een rijk persoon was kun je  zien aan de draagstoel waar het lijk op rust en de ingehuurde muzikanten.
Er mocht alleen buiten de stad begraven worden. Soms mochten begravenissen of crematies ook alleen  maar 's nachts plaatsvinden.
Een aangenaam triclinium
om een feestmaal bij het
graf te kunnen houden
Pompeii, buiten de
Porta Ercolano
Een begrafenismaal afgebeeld op een grafsteen. (British museum)


   Gastenboek voor vragen en opmerkingen  op index  pagina
Delen


 
Onderzoek, tekst en webdesign  © Sione van Walderveen