Domus
~ Uitleg over de meest voorkomende ruimten op alfabet
~ Extra uitleg over de bouw
~ Een fictief huis uit Pompeii met standaard plattegrond

- TABERNAE en OFFICINAE (TO.)  werkplaatsen, winkeltjes en restaurantjes aan buitenzijde huis, open naar de straat.
-
VESTIBULUM hoofdingang
-
TABLINUM studeerkamer, kantoor.
-
ATRIUM ontvangkamer, mooiste kamer van het huis.
1    -  ATRIENSIS 
huisbewaarder en portier.
2    -  IMPLUVIUM
vijver voor regenwater in het midden van het atrium.
3    -  COMPLUVIUM
opening in het dak om licht binnen te laten en regenwater voor het impluvium.
4    -  Bovenverdieping te bereiken via trap naast het atrium.
5    -  CUBICULA (enk. cubiculum)
slaapkamers.
6    -  ALAE 
7    -  TRICLINIUM
eetkamer met drie aanligbedden.
8    -   FAUCUS
hal, gang
9    -  VIRIDARIUM
tuin met fonteinen en beelden en soms een moestuin. Eromheen een
         overdekte zuilengang:
PERISTYLIUM.
10  -  CULINA
keuken, in dit geval met voorraadkamer en oven.
11  -  BALNEUM
badruimtes voor baden met water van verschillende temperaturen.
12  -  GYNAECEUM
vrouwenvertrekken. In veel huizen hadden deze vertrekken, net als die van bedienden en gasten,
         een eigen ingang en atrium.

13  -  TRICLINIUM
eetkamer.
14  - 
Tweede PERISTYLIUM met een grote tuin, HORTUS,  bijna altijd aanwezig in de grotere huizen. Vaak waren er in
         de tuin een singel met fonteinen en visse
n EURIPUS, tempeltjes, godenbeelden, prieeltjes en soms zelfs een nagemaakte
         grot:
NYMPHAEUM
15  -  OECUS
woonvertrek
-
EXEDRA mooie tuinkamer om gezellig met familie en vrienden te zitten.
-  POSTICUM
achteringang
-
LATRINE WC
Ala-------------- mv. Alae Zijkamertjes open naar het atrium.
Atrium---------- Ontvangsthal. Centrum van het openbare gedeelte van het huis. Meestal enorm hoog. Bedoeld om te imponeren.
Atriensis-------- Portier.
Balneum-------- Mini badhuis voor de bewoners. Meestal compleet met koud- lauw- en heet waterruimte.
Compluvium--- Gat in het dak in het atrium, boven het impluvium. Bedoeld om licht en regenwater door te laten.
Cubiculum------ mv. Cubicula Slaapkamer.
Culina----------- Keuken.
Euripus--------- Visvijver.
Exedra---------- Tuinkamer.
Faucus---------- Gang of halletje.
Gynaeceum---- Vrouwenvertrek.  Oud Grieks gebruik maar bij de Romeinen populair tijdens de regering van keizer Nero.
Hortus---------- Tuin.
Impluvium----- Wateropvangbekken in het atrium recht onder het compluvium. Centraal punt in het atrium.
Latrine---------- WC. Meestal maar eentje  en ver weg van de woonvertrekken.
Nymphaeum--- Nepgrot met beelden fonteintjes en kleine watervallen.
Oecus----------- Kamer, soms huiskamer, soms rommelkamer, rustkamer, extra kamer voor logees etc.
Peristylium----- Overdekte wandelgang met zuilen rondom tuin. Dit was privéterrein waar de belangrijkste kamers  (ook gastenkamers) op uitkwamen.
Posticum-------- Achteringang.
Prothyrum------ Wachtkamer naast vestibulum
Taberna--------- Winkel, werkplaats of barretje. Werd over het algemeen onderverhuurd. Vaak woonde de huurder erboven.
Tablinum-------- Centrum van het huis. Kantoor en studeerkamer van de heer des huizes. Hier stond ook de kluis, dwz een kist, versterkt met metaal  en sloten (ARCA)
Triclinium------- Eetkamer. Bestond uit drie aanligbedden waar per bed drie mensen konden aanliggen. Er waren meerder triclinia, soms voor elk seizoen een.
Viridarium------ Moestuin met fruitbomen, groenten en kruiden.
VOORBEELD VAN EEN IDEAAL HUIS IN POMPEII
Cella------------- Opslagruimte
Andron--------- Gangetje tussen Atrium en peristylium.
Vestibulum------ Hoofdingang
Ostiarius-------- Conciërge
Cartibulum----- Siertafel in het Atrium aan de rand van het impluvium.
Extra uitleg over de bouw
Iets meer over het Atrium:

De huizen in Pompeii laten zien dat in moderne ogen de kleine kamers (zoals slaapkamers) heel erg klein waren, en de grote kamers juist weer veel groter dan we tegenwoordig gewend zijn. De huizen zijn naar binnen gericht, naar het atrium, waar het licht en lucht door kreeg. Aan de straatkant maakte het een gesloten indruk, met hoge muren en kleine raampjes, behalve de ingang die juist weer heel groots en imponerend was. (verbonden met het enorm hoge atrium, het centrum van het huis)
Het atrium was in oude tijden de keuken, het centrum van het huis, met de haard en een gat in het dak voor de rook. Een overblijfsel hiervan is het siertafeltje wat je in elk atrium in Pompeii vind (Cartibulum). Omdat er vaak een fonteintje bij zit suggereert Mau* dat het misschien vroeger de plek was om vaatwerk af te wassen  en soms nog zo gebruikt werd.
Oervorm van het Pompeiaanse huis
Onder invloed van de Grieken:
- Kwam er een belangrijk vertrek bij. Of eigenlijk geen vertrek maar een tuin. Deze tuin werd omringd door een wandelgang met pilaren, Peristylium, zoals we nu ook in oude kloostertuinen kunnen zien. 
Het peristylium werd nu bijna net zo belangrijk als het atrium. Alle belangrijke privé vertrekken kwamen hierop uit. Dit waren slaapkamers, gastenkamers en ook de "tuinkamer" oftewel Exedra.
Een atrium had verschillende vormen:
Dit had  te maken met de dakconstructie.
Er waren 5 vormen.
atrium tuscanium 
Geen pilaren rond het impluvium. Het gewicht van het dak werd door balken  opgevangen. Dit was de normale, hoewel erg dure  manier van daken bouwen
atrium tetrastylum
Een pilaar aan iedere hoek van het impluvium. Dus 4 pilaren. 
atrium corinthium
Meerdere pilaren rond het impluvium.Het impluvium  en compluvium waren  groter dan standaard.
atrium displuviatum  Het dak liep op zo'n manier schuin dat hevige regenval  niet  naar het impluvium werd geleid
                                      maar naar spuigaten in de buitenmuren. (Nog)Niet in Pompeii gevonden.
atrium testudinatum
Geen compluvium. Dus een beetje zielig. Zie moderne winkelplaza die klassiek proberen te doen.
Het dak was piramidevormig.
- Ook ontstond nu het  triclinium. Waar de Romeinen eerst aten in het atrium,  daarna in het tablinum en nog later in een ruimte op de bovenverdieping boven het tablinum genaamd 'cenaculum'  kwam nu het eten en 'loungen'  in een aparte kamer in de mode. Dit was het triclinium, genoemd naar de drie ligbedden met per ligbed weer plaats voor drie mensen.
- De exedra (tuinkamer) werd ook van de Grieken overgenomen. Het was een ruime kamer gelegen aan het peristylium. Het werd gebruikt als eetkamer of om gewoon
te ontspannen en van de tuin te genieten.
De muren:
Hoewel in Pompeii elk rijk huis van onder tot boven geschilderd was, behalve de minst belangrijke, zijn er 7 interessante vormen van bakstenen  muren te herkennen.
Procoeton------ Miniscuul kamertje bij een cubiculum voor een slaaf.
Voor dragende muren metselden de Romeinen twee muren met regelmatig dwarsstukken.
De ruimte tussen de muren in stortte ze vol met een soort beton.  (Opus caementicium)
De gemetselde stenen muur had verschillende vormen en namen.
Opus incertum: Onregelmatig gehakte stukken natuursteen
Opus recticulatum: Regelmatig gehakte stenen  gelegd in een "wiebertjesvorm" Rechts op het plaatje.
Opus quadratum: Grote rechthoekige blokken.
Opus testaceum / latericium: Lijkt van buiten helemaal modern.
Opus spicatum: Visgraatpatroon, meestal voor de vloer
Opus vittatum: langwerpige natuurstenen met op onregelmatige afstanden bakstenen randen.
En dan de  verschillende mixen van deze soorten. Dit heet  Opus mixtum, hoe toepasselijk.
Er waren nog meer manieren. En dan hebben we het nog niet eens over alle mozaïeksoorten. Een verhaal apart. 
In het midden was een opening in het dak, het Compluvium. Het dak liep schuin af naar het compluvium zodat regenwater vanzelf naar beneden liep en (via waterspuiten) opgevangen werd in een bassin op de grond in het midden van het atrium; het Impluvium.
Het regenwater werd opgevangen in een verzamelbak (cisterne "puteal"), en het overtollige water werd afgevoerd via een putje naar het riool buiten.
* August Mau " Pompeii, Its Life and Art" 1907 blz. 225.
Onze Pompeiianen kennende, was de rand van het compluvium, met de waterspuiten, natuurlijk weer rijk versierd.


Onderzoek, tekst en webdesign ©Sione van Walderveen



     
   Gastenboek voor vragen en opmerkingen  op index  pagina