FIORELLI en de "Methode Fiorelli"
Giuseppe Fiorelli
Hoofd opgravingen 1863 - 1875
De streek werd na de ramp in 79 'La Civita' (stad) genoemd maar de precieze ligging van Pompeii wist al snel niemand meer.  Dit kwam omdat door de vulkaanuitbarsting de kustlijn sterk was veranderd en Pompeii opeens ver landinwaarts lag.  Boven Herculaneum werd het dorpje  Resina gebouwd. (Onder Mussolini kreeg deze plek zijn oude naam terug)
Van tijd tot tijd vonden boeren  antieke beelden en  voorwerpen. Dit trok de belangstelling van schatgravers en plunderaars en adellijke lieden die hun huizen graag zagen opgesierd met deze kunstschatten. In 1707 werd het theater van Herculaneum bij toeval ontdekt en leeggeroofd.  Men was van mening dat het een tempel betrof. In 1738 werd door arbeiders van koning Karel III op deze plek echter een inscriptie gevonden met de woorden 'Theatrum Herculanensi'. Nu wist men dat hier de stad Herculaneum lag.
In 1748 richtte de arbeiders van koning Karel III hun aandacht op La Civita.  Er waren daar vondsten gedaan die de belangstelling opwekte. Het opgravingswerk was hier veel minder zwaar dan in Herculaneum omdat de laag vulkanisch materiaal losser en minder dik was. In augustus 1763 werd een inscriptie gevonden met de woorden Res Publica Pompeianorum. Nu wist men zeker dat ook Pompeii teruggevonden was.  Alles van waarde werd weggeroofd, fresco's werden van muren gebikt, vaak werden de 'opgravingen' versneld door met dynamiet te werken.
Helaas werd in deze periode het forum ontdekt, dat geheel geruďneerd werd omdat men niet geďnteresseerd was in de stad maar slechts in de kunstwerken. Deze kunstwerken verdwenen zoals gebruikelijk in privé verzamelingen van rijke lieden.
Pompeii sprak steeds meer tot de verbeelding, de kleur oranjerood kwam in de mode en de huizen en kunstwerken werden fantasierijk  geďmiteerd. Over het gruwelijk lot van Pompeii werd een opera geschreven. Beroemde schrijvers en kunstenaars bezochtten de ruines. Goethe schreef: 'van alle catastrofes die de wereld hebben getroffen, zijn er maar weinig zo profijtelijk geweest voor latere generaties.'
In 1860  werd  Giuseppe Fiorelli  aangesteld als directeur van de opgravingen.
Fiorelli's droom was de reconstructie van de stad Pompeii, een droom die tot op de dag van vandaag nog niet verwezenlijkt is.
- Hij was degene die de stad logisch indeelde en de gebouwen een  nummering gaf.
Deze indeling in 9 regio's,  per regio onderverdeeld in insulae (stadswijken), waarvan weer alle ingangen van zowel huizen, openbare gebouwen, winkels en werkplaatsen genummerd werden, wordt nog steeds gebruikt. Ook de nieuwe straatnamen zijn door hem bedacht.
- Hij herstelde zoveel mogelijk de puinzooi die zijn voorgangers hadden gemaakt. Er werden bv bewakers aangesteld om diefstal van de opgraving tegen te gaan.
- Hij zorgde ervoor dat de huizen een voor een werden opgegraven en dat alle gevonden voorwerpen zoveel mogelijk op hun plaats bleven. Ook de onbelangrijk geachtte kleine huishoudelijke voorwerpen werden eindelijk beschreven en hun vindplaats genoteerd. (Althans, dat was de bedoeling. De opgravingen van Pompeii worden ook tijdens en na Fiorelli gekenmerkt door zeer grote slordigheid)
Door deze systematische opgravingen  kreeg men een meer samenhangend en completer beeld van het leven in de stad. 
- De manier van opgraven werd veranderd. Fiorelli begon van boven naar beneden te graven zodat de kans op instorten van nog bestaande muren verkleind werd. Ook konden de vindplaatsen en hun omgeving zo beter in kaart worden gebracht. Het was een hele verbetering ten opzichte van de oude methode. Deze bestond uit het graven van schaften tot op straatniveau. Vandaar uit werden  horizontale tunnels gegraven tot er een huis was gevonden. Het huis werd leeggehaald, beroofd van zijn schatten en daarna weer dichtgegooid.

Er waren veel geraamtes gevonden, maar ook holtes in de aslaag waarin het geraamte helemaal of gedeeltelijk was vergaan.  De aslaag was verhard en de  holtes volgden precies de contouren van het vergane  lichaam.  Fiorelli bedacht dat deze holtes als een soort mal konden worden gevuld met gips of andere hardwordende materialen.  Zo zag je in het gips een vrij  nauwkeurige afdruk van wat er de holte gevormd had. De afdruk noem je "cast".  Dit wordt de 'methode Fiorelli' genoemd en wordt nog steeds gebruikt.  
Op deze manier werden de laatste afschuwelijke momenten van de slachtoffers zichtbaar.
twee slachtoffers
huis van de verkoolde schuifdeur. Herclaneum
houten luik van raam in een cubiculum uit het huis van de villa van mysteries
'vrouw van Oplontis'
Deze vorm  is niet met kalk maar met epoxyhars
gevuld. Zo kun je bewaard gebleven skelet zien.
Hier zie je hoe de methode Fiorelli in zijn werk gaat.
De 'methode Fiorelli' bleek voor vele doeleinden bruikbaar. Op deze manier konden bijvoorbeeld ook houten luiken, deuren en panelen gereconstrueerd worden. Zelfs holtes van plantenwortels kan je met gips of andere  hardwordende materialen opvullen en zo zien wat er ooit gegroeid heeft!  Zo worden nu veel Pompeiaanse tuinen herplant met wat er oorspronkelijk stond.
De hoogte van de
aslagen in mm
Lichamen gevonden
buiten het huis van de cryptoporticus. Je ziet hoe hoog de puimlaag al is waar ze op liggen.
Klik hier voor
casts van lichamen uit Pompeii
De opgravingen van Pompeii en Herculaneum
Fiorelli, hoofd opgravingen vanaf 1860
De "Methode Fiorelli"
Foto's van casts
ingekleurd door de
broers Niccolini.
Fiorelli, de persoon
Geboren op 8 juni 1823, Napels (toen nog koningkrijk van Napels)—Gestorven  28 januari 1896, Napels.
Giuseppe Fiorelli begon zijn carriere als een  numismaticus (munt- en penningkundige).
Al op jonge leeftijd schreef hij twee boeken over Griekse munten in Zuid-Italië. (In 1843 en 1845).
In 1846 begon hij een tijdschrift; "Annali di Numesmatica". In 1847 kreeg hij een aanstelling als administrateur bij de
opgravingen van Pompei.
Vanwege zijn kennis van munten werd hij gepromoveerd en mocht de muntencollectie van het museo reale di Borbonico
catalogiseren. (Nu het Archeologisch nationaal museum van Napels, de muntencolectie van de Bourbons maakt er
nog steeds deel van uit)
Samen met andere goed opgeleide jongemannen uit het koninkrijk van Napoli  was hij tegen het regiem van
de Bourbons en voor de "Risorgimento", "de Wederopstanding".  Deze beweging drukte het verlangen uit naar een herwinning
van Italiaanse grootsheid zoals in de klassieke oudheid en renaissance.
Garibaldi, de bekende Italiaanse vrijheidsstrijder, werd uiteindelijk de aanvoerder van deze beweging.
Fiorelli en zijn vrienden (waaronder o.a. de later beroemde schrijver en senator Luigi Settembrini) hadden een soort "katholiek
socialisme"  voor ogen, waarin de rede en wetenschappelijk onderzoek een grote rol zouden gaan spelen. 
Fiorelli ging zelfs zover een kleine compagnie soldaten uit de bewakers en opgravers van Pompeii samen te stellen om mee te
vechten aan de kant van Garibaldi. Fiorelli werd ontslagen en belandde in 1849 korte tijd in de gevangenis.
In de gevangenis schreef hij een geschiedenis van de opgravingen in Pompeii waarvoor hij de originele dagelijkse aantekeningen gebruikte van de opgravers vanaf 1748. ("Pompeianarum Antiquitatum Historia") Het was bedoeld als een begin van acht delen.
Het katalogiseren van de oorspronkelijke aantekeningen van een opgraving was een kleine revolutie op zich.
In 1850 werden alle aanklachten tegen hem geseponeerd en werd hij vrijgelaten. Het boek over Pompeii mocht echter niet
worden uitgegeven, de manuscripen werden ingenomen en verbrand, en het werd hem verboden ooit nog in het museum van
Napels of in Pompeii te werken.  In 1853 werd hij de privé secretaris van graaf Leopold van Syracuse. Voor hem mocht hij opgravingen doen in Cumae. Ook hier maakte hij aantekeningen die werden gepubliceerd.
In 1860 was de eenwording van Italië een feit en werden de Bourbons verjaagd. Garibaldi droeg de macht over aan Vittore Emanuele, die daarmee de eerste koning van Italië werd.
Fiorelli werd onmiddellijk benoemd als inspecteur van de opgravingen in Pompeii.
In 1863 werd hij hoofdopzichter van de opgravingen in Pompeii en direkteur van het Archeologisch museum van Napels.
Fiorelli kon toen ook eindelijk zijn boek uitgeven, inmiddels uitgergroeid tot drie omvangrijke delen. (1860-1864)




Onderzoek, tekst en webdesign ©Sione van Walderveen



     
   Gastenboek voor vragen en opmerkingen  op index  pagina