VERLICHTING
Lantaarn meegenomen door
slachtoffers uit het huis
van Menander. (Pompeii)
   interessant: Kate Devlin en Alan Chalmers van de university of Bristol  hebben een artikel geschreven
     over  hoe je nu eigenlijk naar de fresco's in  Pompeii moet kijken. De foto's hieronder zijn van een kamer uit
     het huis van de Vettii. De  eerste is met ' modern' licht, 60 watt. De tweede foto van dezelfde kamer is met
     een olijfolielampje, wat de meest gebruikelijke lichtbron was in die tijd. De derde foto toont het effect met
     olijfolielampjes en meubels in de ruimte. 
     Zie hoe met een olijfolielampje de kleuren, vooral het rood en goudgeel, nog warmer worden.
     Wat ook belangrijk is dat het trompe líoeil  meer diepte krijgt dan met ons moderne licht.
Als verlichting gebruikten Grieken en Romeinen oorspronkelijk kaarsen, net als nu gemaakt van was. (candela mv. candelae)
Dit bleef de verlichting van de allerarmsten, maar al snel werd de olielamp (lucerna) de belangrijkste bron van licht.
De olielamp was meestal gemaakt van aardewerk
(terracotta) of van brons.

Zoals de naam "olielamp"  aangeeft was de brandstof plantaardige olie; meestal olijfolie of sesamolie.
Een lontje, meestal van katoen, soms van linnen of zelfs papyrus werd door een tuitje geleid naar de binnenkant waar het in olie werd gedrenkt. Het stukje wat uit het tuitje komt stak je aan. Dit vlammetje gaf niet veel licht maar kon ongeveer 3 uur blijven branden. Er zijn veel olielampjes gevonden met meerdere tuitjes (dus meer vlammetjes dus meer licht) Tot zelfs 12 tuitjes aan toe!
Terracotta olielampjes werden "aan de lopende band", dmv mallen gemaakt. Dit maakte ze goedkoop. Er zijn dan ook honderden olielampjes alleen al in Pompeii gevonden.
Meestal  waren ze ovaalvormig en zo klein dat ze in je hand pasten. Vaak was er een handvat wat betekend dat ze gedragen konden worden.
De mallen bestonden uit een gelijkvormige onderkant en verschillende bovenkanten (de discus) versierd met reliŽf. De voornaamste reliŽfs die gevonden zijn
hadden als onderwerp  erotische voorstellingen, bloemmotieven, goden of gladiators.
En jawel, enig marktinzicht kan je de Romeinen niet ontzeggen: Je kon zelfs series kopen; bv. alle belangrijke  goden of op dat moment beroemde gladiatoren.
Terracotta lampjes uit Pompeii. De meest rechtse lamp heeft 3 tuitjes.
Zoals gezegd bestonden de mallen uit 2 delen: Een mal voor de onderkant en een mal voor de bovenkant. (Hoe moeilijk kan het zijn)
Deze mallen werden gevuld met natte klei en op elkaar gedrukt. Na dat ze een beetje gedroogd waren werden de mallen verwijderd en werd er met de hand gaatjes voor de
olie en de lontjes aangebracht.  Daarna werden de olielampjes in een pottenbakkersoven gebakken. 
Soms was er een fabrieksmerk in de onderste mal aangebracht. Bv. er zijn verschillende lampen gevonden van een fabriekje in Egypte met 3 palmbomen als merk.
Reservoir waar
de brandstof in
werd geschonken
Dit was de tuit waar de
lont uitkwam.
De lont werd hier
aangestoken.
De bovenkant van
de mal; de "discus"
vaak met afbeeldingen in reliŽf.
Handvat
Onder het lijntje wat je ziet lopen was  het tweede deel van de mal: de standaard onderkant, soms met fabrieksstempel.
Hoe werkte een "Romeinse aansteker"?
Vanaf de ijzertijd tot ver in de Middeleeuwen werd dezelfde methode gebruikt.
Je had nodig:  Een vuursteen, licht brandbaar materiaal wat "tondel" wordt genoemd, en de vuurslag.
De vuurslag was van gehard ijzer gemaakt. Hiermee sloeg je langs de vuursteen zodat er vonken uitsloegen. De tondel had je klaar vlak in de buurt of hield die gelijk met de vuursteen vast.
De bedoeling was de tondel  met de vonken vlam te laten vatten.  Zo kreeg je een beginnend vlammetje. Wanneer je een beetje geoefend was werkte het net zo makkelijk als een hedendaagse aansteker. Deze hedendaagse aansteker werkt volgens hetzelfde principe!! In elke aansteker zit een vuursteentje. De vuurslag is dat wieltje wat je met je duim aandrijft. Door tegelijkertijd het knopje naar beneden te drukken komt de tondel vrij, in dit geval gas. En jawel: een vlammetje!!! 
Vuurslagen uit allerlei gebieden en allerlei tijden. Degene in het midden was een van de populairste vormen in het Romeinse rijk en bij de Vikingen. De meest linkse komt uit Frankrijk omstreeks 1650 en de meest rechtse is Amerikaans uit laat 17de eeuw.
Romeinse
vuurslagen
en vuurstenen
Zo zie je het in werking.
Strijk met de vuurslag een keer of twee langs de vuursteen waar je de tondel in dit geval heel praktisch meteen mee vastklemt.
Candelabrum
Bronzen olielampen waren duurder en ook mooier bewerkt.
Het tweede lampje van links beeld een aapje af in gladiator outfit wat in  het echt gebruikt werd
tegenover een
retiarius.(Een gladiator die gewapend was met een net)
Het zwaard in de rechterhand van het aapje is verdwenen.
Aan het kettinkje zie je het deksel naar het reservoir met handig knopje.
Op de discus  waren soms luchtgaatjes (voor extra zuurstof)  aangebracht.
Een candelabrum was een standaard met 1 of meerdere lichtpunten. Soms 1 lichtpunt bovenaan en soms werden er meerdere lampjes dmv  kettingen aangehangen. 
Een werkelijk meer dan
prachtig bronzen exemplaar
uit het huis van Fabius Rufus.
Dit is de god Bacchus die
ooit een lamp vasthield.
Lanterna ook wel  Laterna
Dit was een lantaarn. Er werd er doorzichtig hoorn gebruikt of de doorzichtige blaas van een dier.
Soms werd er een olielamp los in geplaatst maar vaak was er een ingebouwde olielamp met reservoir en pithouder.
Veel Romeinen hadden een speciale slaaf, de
laternarius, die bij uitstapjes in het donker de meester bijlichtte. Er was namelijk geen straatverlichting en donker was dan ook echt pikdonker.
   Lucerna
Zoals de naam aangeeft was de candelabrum oorspronkelijk bedoeld voor kaarsen (candelae)
Er hangt nu nog maar 1 lampje aan, maar
zoals je ziet was er plaatst voor 4 lampjes.
Nog een lantaarn uit Pompeii.
Deze had een ingebouwde olielamp.
Nog meer over olielampen
- Hoe maakte je een olielamp aan? Met een vuurslag. (zie hierboven)
- Hoe maakte je een olielamp uit? Gewoon uitblazen of doven met een kaarsensnuiter zoals we dat ook in Nederland eeuwen gebruikten.
- Waaide zo'n vlammetje snel uit?  Nee, een windvlaag (extra zuurstof) deed een vlammetje zelfs hoger branden.
- Gaf het veel licht? Net zo veel als een kaars (niet veel dus)
- Brandde het lampje lang? Verbazingwekkend lang. Zo ongeveer 3 uur. 
- En tenslotte: stonk het erg? Ja. Er is zelfs een uitdrukking in het Latijn bewaard gebleven: "Olet lucernam" (ook wel: redolet lucernam)
   Dit betekent "het stinkt naar de lamp". Letterlijk wordt bedoeld dat iemand  zo lang aan iets werkte dat het donker werd en er een lamp opgestoken moest
   worden  om verder te kunnen gaan.
   Figuurlijk betekent het dat wanneer je te lang aan iets doorpriegelt  je het er niet beter op maakt maar eerder slechter.
Nog meer candelabra uit Pompeii.
Uhm, die olielamp in de vorm van een hoofd met dekseltje vind ik wel erg
idioot! Zou dat persoonlijk niet in
mijn eet- of slaapkamer willen hebben.
Het huis van de tragische dichter. Ondanks het felle middaglicht buiten zie je dat je binnenshuis wel wat lampjes kon gebruiken.
Glas bestond al maar de toepassing als lampenglas kwam wat eeuwen later. (ongeveer vanaf de derde eeuw na Chr. )
Verzameling gevonden lantaarns en olielampen uit Pompeii. Museo nazionale Napoli.


Onderzoek, tekst en webdesign ©Sione van Walderveen



     
   Gastenboek voor vragen en opmerkingen  op index  pagina