MUURSCHILDERINGEN (fresco's) IN POMPEII
Muurschilderingen worden ook wel fresco's genoemd. Dat wil zeggen dat de                 
schildering in de nog natte kalk op een muur werden gemaakt. Dat gebeurde met           
waterverf. De achtergrond (kalkzandmortel) zoog de pigmenten in de verf als het
ware op en werd een eenheid. Je moest zeer snel werken. Elk streepje moest meteen
goed zijn. Deed je wat fout dan kon je het alleen
a secco (= na het drogen) herstellen
met temperaverf. Heb je nu niet nog meer bewondering dan eerst voor deze schilders?
De fresco's zijn in 4 stijlen te verdelen.
- De oudste stijl wordt de eerste stijl genoemd. (200-80 v.Chr.)
Men probeerde simpel met verf duur marmer en andere steensoorten te imiteren.
Om het zo echt mogelijk te laten uitzien werd de muur per "marmerdeel" grof
gestuct. Later in de eerste stijl werd dit niet meer gedaan. Men ontdekte de
mogelijkheid om alleen met verf allerlei effecten te bereiken, zoals net echte
pilaartjes of zogenaamd vooruitstekende randen.
- De derde stijl (20-54 n.Chr.)
De "doorkijkjes" die al waren veranderd in scènes uit de mythologie worden
steeds belangrijker.
De zogenaamde architectuur (al die pilaartjes en bogen etc. die de illusie van
ruimte moesten scheppen) werd naar de achtergrond gedrongen. Ze vormden nu
als het ware de onbelangrijke  lijst van de schilderijen. Alle aandacht werd als
vanzelf naar de schilderijen getrokken.
In het laatste deel van de derde stijl werd vooral de muur boven de schilderijen
weer gebruikt om zogenaamde architectonische doorkijkjes te schilderen. Maar
deze waren niet als "net echt" bedoeld, zoals in de tweede stijl, maar als (nog
meer) decoratie.
- De vierde stijl (41-79 n. Chr.)
Nu waren we helemaal van de goden los. Deze stijl valt samen met de regeringen
van de keizers Nero en Claudius. Er werd een complete fantasiewereld geschilderd
die niets meer met de werkelijkheid van doen had. Ze leek op een theaterachtergrond
waar de kamer zelf het podium was. Helaas kunnen we de rest van de ontwikkeling
van de muurschilderkunst niet verder volgen omdat het leven in Pompeii en omgeving
in 79 na Chr. natuurlijk abrupt stilstond. Misschien maar gelukkig ook want na verloop
van tijd werden muurschilderingen zeer ouderwets gevonden en werden deze
vervangen door  mozaïeken.
In 1882 publiceerde August Mau zijn boek "Geschichte der decorativen Wandmalerei in Pompeii".
Hij verdeelde voor het eerst de fresco's in Pompeii in 4 verschillende opeenvolgende stijlen. Zijn
beschrijvingen werden al snel de standaard. De zwart-wit prenten naast de hier volgende beschrijvingen
van de stijlen komen van zijn hand.
- De tweede stijl (80-27 v.Chr.)
In de tweede stijl werd de eerste stijl vervolmaakt. De geschilderde neppilaartjes en
randen werden een hele architectuur. Pilaren en bogen werden zo geschilderd dat
het net leek of je kamer wel twee keer zo groot was als in werkelijkheid. Later in de
stijl werden ook "doorkijkjes"  geschilderd. Nu is het net of je echt naar een andere
kamer of naar buiten kijkt. Er werden nepkamers en vooral neptuinen geschilderd.
Ten tijde van keizer Augustus werden de doorkijkjes steeds meer scènes uit de
mythologie.
.
Kun je na deze hele uiteenzetting nog geen stijl van de ander onderscheiden: geeft niets, ik herken alleen de eerste
stijl 100% zeker en verder blijft het als leek gokken. Doet niets af aan de schoonheid van de muurschilderingen
natuurlijk. Heel wat anders dan alle muren wit (brrrrr)
De beroemde kleur Pompeijaans rood
(Intens rood neigend naar oranje)
was inderdaad een heel speciale kleur.
Wij noemen het vermiljoen. Oftewel
mercuri sulfide = zwavelkwik.
Het geheim lag in het fijnstampen van
dit  zwavelkwik  met toevoeging van
ongestampte  zwavelkwik. Het resultaat was
een intense kleur die ook niet snel vervaagde
door de eeuwen heen.
x
Op deze fresco uit het huis
van de chirurg (VI,1,10) zie je
een vrouw die een herm van
Dionysus naschilderd.
Grappig is ook de "lijst" om
de fresco heen.
Kunstenaars werden zeer gewaardeerd, maar hun mooiste werken werden door slaven in
massa productie  nagemaakt. En die slaven verdienden gewoon een slavenloon.(= zeer weinig)
VOORBEELDEN VAN ILLUSTRATIES VAN EEN GRIEKSE MYTHE IN POMPEII
We nemen hiervoor een detail uit het leven van Theseus: Namelijk het gevecht van Theseus met de minosaurus. Hieronder kun je een verkorte versie van deze mythe
lezen en zie je een paar fresco's met scenes van deze mythe als onderwerp in rijke huizen in Pompeii. De tekst in het tekstvak moet je naar beneden scrollen om alles te lezen!
Bron: Sesam nieuwe geïllustreerde Wereldgeschiedenis, tweede deel. Nederlandse bewerking onder redactie van Mr. E. Straat, met medewerking van Prof. Dr E. Lousse
Theseus verslaat de Minotaurus:
1
Ariadne ontwaakt op Naxos:
1- Mozaïek. Huis van het Labyrinth 2- Detail  3- Mozaïek. Napoli, Museo Archeologico Nazionale. 4- Fresco. Huis van M. Gavius Rufus (de Minotaurus ligt links op de grond)
5- Fresco. Een bijzonder aantrekkelijke Theseus uit Herculaneum 6- Graffiti uit het Huis van het labyrinth, je kunt lezen: labyrinthus hic habitat = ik woon in het labyrinth, en
"Taurus" = stier 7- Fresco. Theseus en Ariadne bij de ingang van het labyrinth. Huis van Lucretius Fronto
2
3
4
5
6
7
8
7- Fresco. Ariadne ziet het schip wegvaren 8- Fresco. Ariadne en  Dionysus 9- Fresco. De diepbedroefde Ariadne ziet het schip wegzeilen...10- Fresco. Theseus gaat
aan boord van het schip en laat Adriadne achter. Huis van de tragische dichter
9
Hier zie je nog iets bewaard
van de rijkheid van  kleuren.
De meest rechtse fresco komt uit een slaapkamer van Fabius Rufus. Het is een afbeelding van de Venus Fisica Pompeiana,
geschilderd in de tweede stijl.  In de tijd van de keizers werd het overgeschilderd, ongeveer zoals wij een nieuw
behangetje nemen. De eerste laag ziet er nu het best uit, omdat het veilig verstopt zat achter de tweede laag.
THESEUS EN DE MINOSAURUS
7
10
Nog een fresco van een schilderende
vrouw. Ze houdt in haar linkerhand
een palet vast en met haar
rechterhand het schilderij.
(VI,14,42)
x  
Onderzoek, tekst en webdesign Sione van Walderveen
Delen op facebook
Hercules wurgt de slangen voor de
ogen van Amphitryon en  Alcmene
en zijn vader Jupiter in de verschijning
van een adelaar op het altaar.
Huis van de Vettii
Hercules en koningin Omphale
kijken naar
de zoon van Hercules, Telephos.
Boven Heracles de gevleugelde
godin Nike.
Aan zijn voeten behalve Telephos
ook een arend en een leeuw.
Boven het hoofd van
Omphale speelt een satyr op een
panfluit.
Basilica
Illustraties van mythen en sagen op fresco's in Pompeii

Op deze pagina heb ik al de 4 stijlen uitgelegd die gevonden zijn in Pompeii, van de Samnitische tijd tot de vernietiging van deze stad in 79 AD.
De ontwikkeling van de frescos ging natuurlijk gewoon door maar dat ontrekt zich aan ons blikveld, gefocused als we zijn op ons kleine stadje.
Naast architektonische fantasie afbeeldingen  van havens, stadsgezichten, villas en lieflijke landschappen, wel altijd met mensen, dieren of een tempeltje
in zicht, waren er ook prachtige stlillevens van fruit, vissen, vogels, planten etc. te zien. Een aparte categorie vind ik nog steeds de cupidos uit het huis van
de Vettii die verschillende beroepen uitbeelden. Maar de meest in het oog springende  frescos zijn illustraties van  Grieks- Romeinse mythen en sagen.
Dit zegt ons:
A) Dat de meeste mensen al deze mythen en sagen kenden of in ieder geval  de symbolen wel konden thuisbrengen.
B) Of dat dit juist moest aantonen hoe goed de eigenaar thuis was in deze mythen en sagen. En dus een uitstekende opleiding had gehad.
C) Of niemand wist precies waar het over ging maar het was de mode en die slaven- schilders wisten wel wat ze deden. Althans hun bazen dan. 'Doet u mij
iets van die Iliias of zo. Net zoiets als bij de buren links graag. Maar dan wat groter en duurder, kan dat geregeld worden?'  
D) Was het dus een foutje dat je vanuit je eetkamer in de prachtige tuin keek met op de achtergrond een hert dat bloedig door jachthonden verscheurd?
Of was dat een opwindend en best wel plezierig gezicht, zoals wij nu gefascineerd zijn door rampen en leed op het journaal, foto's en videos?
Mijn lekenconclusie: het lijkt me dat de mensen toen heel goed wisten waar de afbeeldingen over gingen. Dat een arend Jupiter voorstelt moet
algemeen gedachtengoed geweest zijn. Niet zoals in ` Uhm en dat is een arend denk ik, wat doet die daar nu eigenlijk?'
Dan was er vast wel iemand die zei 'jee zeg, weet je niet dat dat Jupiter is?'
Blijft de vraag:  Wat wilde iemand zeggen met een bepaalde schildering op een bepaalde plek. Dat je trouw was aan je vrouw of dat je wel openstond voor
een avontuurtje?  Dat je 100% achter de keizer stond of liever iemand anders op die plek had gehad?  Dat je alleen een fresco in groene tinten wilde omdat dat
goed stond bij de mozaieken op de vloer?  Dat je je schoonmoeder haatte en daarom alleen maar ellendige zeedieren liet schilderen in haar cubiculum, want
ze lustte geen vis? We weten het niet.
Eens, lang geleden, heerste er op Kreta een machtige koning, die Minos heette. Zijn hoofdstad was wijd en zijd beroemd om een kunstig gebouw, dat het Labyrint werd genoemd, en waarbinnen de gangen volgens zulk een ingewikkeld patroon liepen, dat wie er eens binnen was gekomen, nooit meer de weg terug vond. Diep in het Labyrint woonde de verschrikkelijke Minotaurus, een ondier met de kop van een stier en het lichaam van een mens; hij was de vrucht van een liefdesverhouding tussen Minos' gemalin Pasiphae en een stier, die Poseidon, de god van de zeen, uit zee had doen opstijgen. (Dat is weer een ander verhaal) Telkens als de nieuwe maan aan de hemel verscheen, moest er een mens aan de Minotaurus worden geofferd; want als het monster niet op bepaalde tijden mensen kreeg aangeboden om zijn honger te stillen, kwam het naar buiten stormen om dood en verwoesting onder de bewoners van de gehele streek te zaaien. Koning Minos had een zoon, die zijn trots en vreugde uitmaakte. Op een kwade dag kreeg de koning het ontstellende bericht, dat zijn zoon in Athene was vermoord.

Minos dorstte naar wraak. Met de grootst mogelijke spoed verzamelde hij zijn leger en leidde hij het naar Athene, dat niet op de aanval was voorbereid, en dus geen krachtige tegenstand kon bieden. Het duurde niet lang, of de Atheners moesten om vrede smeken. Nors en streng ontving Minos de gezanten; toen hij eindelijk het onheilspellend stilzwijgen verbrak zei hij: ' Gij hebt mijn zoon, de hoop van mijn ouderdom, gedood, en ik heb gezworen een vreselijke wraak te nemen. Slechts op die voorwaarde wil ik u vrede schenken, dat Athene iedere negen jaar zeven jonge mannen en zeven jonge vrouwen naar Kreta zendt, opdat zij met hun bloed voor de moord op mijn zoon boeten'. En nog huiveringwekkender klonken de woorden van de koning, toen hij eraan toevoegde, dat deze jonge Atheners aan de Minotaurus zouden worden geofferd. Bij elke nieuwe maan zou hij een van hen naar het monster zenden, dat vroeger slechts misdadigers had mogen verslinden.

De verslagen Atheners konden niet anders dan Minos' vredesvoorwaarden aanvaarden. Het enige wat zij konden bereiken was een belofte van de koning: indien een van de jonge Atheners het onmogelijke zou kunnen volbrengen - de Minotaurus doden en zich vervolgens weer een weg naar buiten banen - zou niet alleen het leven van hem en zijn makkers gespaard worden, maar zou Athene ook voor altijd van de gruwelijke verplichting worden ontheven.

Reeds twee maal hadden de Atheners de vreselijke schatting betaald; twee maal had een schip zeven jonge mannen en zeven jonge vrouwen, op wie het lot was gevallen, over zee naar Kreta gevoerd. En nu naderde voor de derde maal het tijdstip, waarop het schip met de zwarte rouwzeilen vertrekken zou. Het was de tijd om het lot te werpen. Toen trad Theseus, de enige zoon van de koning, naar voren en verklaarde zich bereid om, zonder door het lot daartoe te zijn aangewezen, zijn leven voor de stad te offeren.

De volgende dag ging Theseus samen met zijn lotgenoten aan boord. Gebroken van verdriet nam zijn vader afscheid van hem. Zij spraken af dat, als Theseus geluk zou hebben, het schip op de terugreis witte zeilen voeren zou. Een paar dagen later bereikte het schip Kreta en de jonge Atheners werden naar een huis aan de rand van de stad gebracht, waar zij onder strenge bewaking zouden staan tot hun uur zou zijn gekomen.

De gevangenis lag in een grote tuin, die grensde aan een park waarin de dochters van koning Midos, Ariadne en Phaedra, gewoon waren te wandelen. Op zekere dag kwam de gevangenbewaker naar Theseus toe en zei, dat iemand buiten in het park met hem wenste te spreken. Verwonderd ging hij naar buiten, waar hij Ariadne aantrof, de oudste prinses, zijn innemend uiterlijk en zijn edele gestalte hadden haar zo getroffen, dat zij hem graag wilde helpen de Minotaurus te doden.' Neem dee kluwen garen!' zei zij. 'Wanneer ge het Labyrint binnengaat, moet ge het eind van de draad aan de ingang bevestigen en de kluwen geleidelijk afwikkelen. Dan hebt ge een leidraad, waarmee ge de weg terug zult vinden.' Zij gaf hem bovendien een gewijd zwaard. Toen zij afscheid namen, vroeg zij met trillende stem: ' Ik red u met gevaar voor mijn eigen leven; als mijn vader hoort wie u heeft geholpen, zal zijn woede vreselijk zijn. Wilt ge daarom op uw beurt mij redden?' Ontroerd beloofde Theseus dit.

De volgende morgen werd de koningszoon naar het Labyrint gevoerd. Toen hij er zover was doorgedrongen, dat hij het daglicht niet meer zien kon, haalde hij de kluwen van Ariadne tevoorschijn, bevestigde het uiteinde van de draad aan de muur en liet de kluwen zich afrollen, terwijl hij door de gangen liep. Lange tijd hoorde hij niets dan de echo van zijn eigen stappen. Maar plotseling werd de stilte gebroken door een dof gerommel, als het verre gebrul van een woedende stier. Het geluid kwam steeds dichterbij, maar Theseus ging moedig verder; weldra stond hij in een grote zaal, van aangezicht tot aangezicht met de verschrikkelijke Minotaurus, half stier en half mens. Met een woedend gebrul kwam het ondier op de jonge man af. De aanblik was zo ontstellend, dat Theseus bijna bezwijmde. Maar met het toverzwaard van de prinses wist hij het ondier te overwinnen. Daarna hoefde hij slechts de draad van Ariadne terug te volgen, en weldra stond hij buiten de poort, die zovelen vr hem waren doorgegaan om nooit meer terug te keren.

Met de hulp van Ariadne had Theseus dus niet alleen zijn eigen leven en dat van zijn makkers gered, maar ook zijn vaderstad van haar zware verplichting jegens koning Minos ontheven. Vr de jonge Atheners van Kreta vertrokken om naar hun stad terug te keren, bracht hij in het geheim Ariadne en tevens Phaedra, die niet van haar zuster wilde scheiden, aan boord van zijn schip. Op de thuisreis raakten zij in een storm verzeild en moesten zij hun toevlucht zoeken op het eiland Naxos. Toen het weer was opgeklaard en zij de tocht wilden voortzetten, konden zij Ariadne niet vinden. Zij zochten overal en riepen haar naam, - tevergeefs. Tenslotte gaven zij het zoeken op en zeilden weg. Maar Ariadne was slechts in een dicht woud verdwaald geraakt en was tenslotte uitgeput in het bos in slaap gevallen. Eerst toen het schip ver weg was, ontwaakte zij en vond zij de weg naar het strand terug. Zij riep en schreide, maar niets kon baten. Het schip gleed verder en verder weg. Tenslotte zeeg zij uitgeput op de grond neer en verloor het bewustzijn. Toen zij weer tot zichzelf kwam,hoorde zij een jubelende optocht naderen, begeleid door muziek van fluiten en cymbalen. Weldra onderscheidde zij een gouden wagen, die door tamme leeuwen werd getrokken; op de wagen stond een jonge man, die schoner was dan enig sterveling die zij ooit had gezien. Het was Dionysus, de god van de wijn. Hij sprak tot haar: ' Word mijn vrouw en ik zal u onstervelijk maken.' Ariadne reikte hem haar hand, hij hief haar tot zich in de wagen. Na een zegetocht over de gehele aarde voerde hij haar naar zijn onvergankelijke woning.

In Athene heerste een droeve stemming. Tegen de tijd, dat men het schip van Kreta weer kon verwachten, ging de oude koning dagelijks naar zee en zag hij uit naar het vaartuig, dat de grootste vreugde van zijn leven en de hoop van zijn ouderdom had weggevoerd. Eindelijk verscheen het schip aan de horizon. Maar het voerde zwarte zeilen en de oude man was de wanhoop ten prooi. Hij kon niet weten, dat Theseus in zijn verdriet om Ariadne niet meer had gedacht aan de afspraak met zijn vader, dat hij witte zeilen zou laten hijsen als hij er in geslaagd zou zijn, de Minotaurus te overwinnen. Verpletterd van smart stortte koning Aegeus zich in de zee, die sindsdien naar hem de Aegesche Zee heet. Maar toen het schip de haven van Athene was binnengelopen en Theseus en zijn makkers behouden voet aan wal zetten, barstte het volk in jubelkreten uit. Korte tijd later riepen de Atheners in een volksvergadering Theseus tot koning uit. Later trouwde hij met Phaedra en werd een machtig koning, wiens daden in de herinnering der mensen zijn blijven voortleven.

Up | Down | Top | Bottom