| De ontdekking en opgraving van Pompeii |
| In het gebied Civitas graven arbeiders een tunnel om water naar een dorpje te leiden. Ze vinden een steen met de inscriptie 'Decurio Pompeiis'. Niemand denkt aan de stad Pompeii, maar aan de grote romein Gnaeus Pompeius Magnus, politiek tegenstander van Julius Caesar. |
| De enige aanduiding dat Pompeii ooit bestaan had was de naam van het gebied. Het werd eenvoudig "La Cività", "De stad" genoemd, al wist al snel niemand meer waarom. |
| Door de eeuwen heen vonden boeren hier regelmatig stukken marmer en voorwerpen. Of er enige nieuwschierigheid was naar waar dat allemaal vandaan kwam is niet bekend. |
| Na de ramp werd Pompeii niet herbouwd. Toen de laatste schatgravers en goudzoekers verdwenen waren werd de stad vergeten. |
| x |
| 1594 |
| 1709 |
| Een arbeider slaat een put en jawel: raak! Hij belandt midden in het theater van Herculaneum. Hij vindt de prachtigste stukken marmer en kunstvoorwerpen. Deze ontdekking wekt de grote aandacht van Emanuel-Maurice van Lorraine, prins van Elbeuf en hertog van Guise. Ja, das een hele mond vol. We noemen hem van nu af aan Elbeuf. |
| Onze Elbeuf was een Oostenrijker (Oostenrijk heerstte toen over Zuid-Italie dmv Napolitaanse onderkoningen), met heel veel geld en hang naar luxe leven. Hij laat een villaatje bouwen in Portice (1710) en hoort al snel van de ontdekking. Hij koopt de put en de grond eromheen en laat tunnels graven om zoveel mogenlijk voorwerpen te kunnen opgraven. Het is gevaarlijk werk voor zijn arbeiders vanwege de nog steeds aanwezige giftige vulkanische gassen in afgesloten ruimten. |
| Alles wat los en een beetje vast zit wordt omhoog gebracht en voor de inrichting van de villa van Elbeuf gebruikt of als relatiegeschenk weggegeven. De mooste frescos worden vernietigd om maar aan de zo gewilde beeldjes en snuisterijtjes te kunnen komen. |
| 1716 |
| Rond 1716 was het geld van Elbeuf gelukkig bjina op en stopten de "opgravingen" De volgende 20 jaar was de Vesuvius weer bijzonder aktief waardoor er niet veel animo was voor verdere opgravingen. |
| 1734 |
| Karel III, koning van Spanje, hertog van Bourbon, is nu de koning van Napels-Sicilië. Ook hij laat een villa bouwen in Portice. Hij trouwt de dochter van Frederick Augustus, koning van Polen. Deze man was degene die de drie prachtige beelden uit Herculaneum had gekocht na het overlijden van Eugene. Zijn dochter kent de beelden goed en wil perse dat haar man verder gaat met opgravingen, hoewel de Vesuvius nog steeds onrustig is. |
| Er zijn 3 beelden die het meest tot de verbeelding van de toenmalige moderene wereld spreken: Het zijn prachtige beelden van vrouwen, waarvan men dacht dat het Vestaalse priesteressen waren. Nu weten we dat het standaard beelden zijn waar een eigen hoofd op kon worden gezet. |
| Hier zie je 2 van deze beelden. Elbeuf gaf ze aan zijn neef, prins Eugene van Savoy. |
| Staatliche Kunstsammlungen Dresden |
| Het linkerbeeld is van een getrouwde vrouw, en rechts van een ongetrouwd meisje. |
| Van het linker type ("Herculaneum groot) zijn al 180 beelden bekend, van het rechter ("Herculaneum klein") zo' n 160. Als voorbeeld: |
| Faustina, vrouw van keizer Antoninus Pius (137 to 161 AD). Haar lichaam is het standaard type "herculaneum groot", |
| Vanwege de keiharde vulkanische grond rond Herculaneum laat Karel een genie-officier uit Spanje overkomen: Rocque de Alcubierre. En jawel: deze man wist wel hoe je met springstoffen en harde bodems om moest gaan. De methode was: lukraak schachten graven, leegroven en weer volstorten met puin. Het is een wonder dat er nog wat heelhuids boven kwam via deze methode. Maar genoeg om de toenmalige wereld versteld te doen staan. |
| Alcubierre en zijn springstoffen en Mohammedaanse gevangenen leggen het eerste stukje Pompeii bloot. 200 meter van de tempel van Fortuna Augusta, vlakbij de via Stabiana en via di Nola. Men denkt nu het plaatsje Stabiae te hebben gevonden. Hoewel het een stuk makkelijker graven is want de grond is zachter dan rond Herculaneum, en ondanks het feit dat er meteen een aantal vondsten zijn, vind men het wat tegenvallen en Alcubierre probeert het weer ergens anders |
| 1738 |
| Met dubbele kracht (springstof en enthousiasme haha) wordt er nu verder gezocht en worden de mooiste dingen gevonden, oa een ruiterstandbeeld van Marcus Nonius Balbus en prachtige frescos. |
| Fresco van Hercules die zijn zoon Telephus herkent,welke gezoogd wordt door een hert. |
| Ook in de omgeving worden nu "opgravingen" gedaan. Dit gebeurt met Mohammedaanse gevangen die twee aan twee geketend zijn. |
![]() |
| De cupido- verkoopster |
| x |
| 1748 |
| Karel III, hiernaast te zien, laat alle kunstvoorwerpen naar zijn paleis in Portici brengen. Deze verzameling vormt nu de basis van het Museo Archeologico Nazionale in Napoli. |
| Helaas worden beelden naar eigen inzicht "gerestaureerd" en frescos krijgen een fijne dikke laag vernis die helaas (oeps, foutje) sommige oorspronkelijke kleuren absorbeerd. |
| In de eerste jaren van de vondsten probeert Karel alles geheim te houden, en mocht er niet over geschreven worden. Dat blijkt onhoudbaar, zeker als bekend wordt dat er niet slechts een simpel tempeltje van Hercules ontdekt is, maar het theater van de stad Herculaneum. |
| Karel ziet in dat niet alles geheim kan blijven en richt de Academie van Herculaneum op. (Accademia Herculanensis) . |
| 1745 |
| In Stabiae (zonder te weten dat het Stabiae was) vindt men de beroemde fresco van de "cupido verkoopster". Heel de westerse wereld raakt verliefd op deze afbeelding en veel kunstenaars laten zich erdoor inspireren. (Pas na publicatie in "Le Antichité di Erocolano esposte" uit 1757 kreeg het grote publiek het te zien) |
| Alcubierre krijgt een assistent: Karl Jakob Weber. Een Zwitser die probeert enig systeem aan te brengen in de opgravingen. Alcubierre is heel jaloers en probeert zelfs het werk van zijn assistent te saboteren. |
| 1749 |
| De villa van de Papyri wordt ontdekt. Dit is een enorme villa buiten de stadspoort van Pompeii. Het bevat zeer waardevolle kunstschatten en de papyrii (zeg maar boeken) waar de villa naar genoemd is. Weber onderzoekt de hele villa dmv de fijnzinnige methode van het gaten laten maken in muren met springstof , soms midden in frescos. Maar hij was wel de eerste man die vond dat de opgravingen methodisch onderzocht moesten worden. Dat wil zeggen niet als een sprinkhaan van de ene plek naar de andere springen, op zoek naar schatten, maar blijven en een plek helemaal in kaart brengen. Wat dat betreft is hij ondanks alles de eerste echte archeoloog. Weber sterft in1763. De opgravingen van de villa gaan door tot 1765. Na het in kaart brengen van de villa van de Papyri en het roven van de schatten wordt alles weer volgestort met puin. |
| 1750 |
| Ps. de 90 beelden uit deze villa worden door Hermann Goering in WWII uit het museum van napoli weggehaald en in 1945 weer teruggevonden in een zoutmijn. |
| x |
| De beroemde archeoloog Johann Joachim Winkelmann schrijft een open brief aan alle bekende wetenschappers en archeologen van zijn tijd. Hij is zeer enthousiast over de de vondsten maar protesteert fel tegen de vernietigende methode van "opgravingen". Ook het feit dat er geen systeem zit in de opgravingen, er niets opgetekend wordt, en de behandeling van de kunstschatten nadat ze gevonden zijn stelt hij aan de kaak. |
| 1757 |
| Helaas wordt nu de prachtige villa van Julia Felix in Pompeii ontdekt, leeggeroofd en weer bedolven. De beroemde inscriptie waarin Julia Felix winkels, appartementen en bijbehorende privebaden te koop aan biedt wordt ook gevonden. Niemand legt nog een link met Pompeii. |
| Er is nu een heel tunnelsysteem aangelegd in Herculaneum waar vele geleerden van uit de hele wereld een kijkje kunnen nemen (voor ze weer dichtgestort worden) in het licht van toortsen. Ze zijn stuk voor stuk onder de indruk. Ook mogen sommigen het privemuseum van Karel III in Portici bezoeken en sommigen maken stiekem schetsen van de talloze voorwerpen. |
| 1753 |
| Geleerde krijgt rondleiding in de tunnels van Herculaneum. Je ziet het onderstuk voor een standbeeld van Marcus Nonius Balbus. |
![]() |
| Marcus Nonius Balbus was een zeer belangrijk figuur in Herculaneum. Er is een ruiterstandbeeld van hem opgegraven welke men toen beschouwde als mooier dan dat van Marcus Aurelius. |
| Imitatie van ene Joseph Marie Vien (1716-1809) |
| Imitatie van Tischbein |
| Twee van de prachtige beelden uit de vila van de Papyri. < Hermes rust uit. Dronken faun> |
| Francesco Valletta publiceert het eerste deel van " Le Antichité di Erocolano esposte" Dit gigantische werk in 8 delen laat alle tot dan toe opgegraven voorwerpen zien. Het is de enige manier om iets van de vondsten te bekijken want Karel III houdt nog steeds niet zo van bezoekers in zijn museum. |
| De eerste pagina van het boek |
| Een oude bekende De "cupido verkoopster" |
| 1755 |
| Winkelmann |
| 15 juni 1755 wordt dit prachtig tafeltje ontdekt. (ithyphallic tripod). Het is een tripod, dwz driepootstafeltje. Het wordt zo obsceen gevonden (en is dus meteen wereldberoemd lol) dat het in een aparte afgesloten kamer wordt tentoongesteld. |
| x |
| 1762 |
| 1760 |
| Er worden in deze periode de grootste schatten gevonden, waaronder de "blauwe vaas". Behalve de necropolis (begraafplaats) buiten de Herculaneumpoort van Pompeii wordt ook de poort zelf ontdekt, waardoor men gaat beseffen dat er nog een hele stad achter deze poort ligt... |
| 1763 |
| Weber sterft. Helaas net voordat een inscriptie op een steen duidelijk maakt dat de stad die ontdekt is inderdaad Pompeii is. |
| Giovanni Piranesi verwerkt deze steen met de inscriptie Pompeii meteen in een van zijn etsen. (de steen rechtsboven) We gaan verder op bladzijde twee. |
| 1594 - 1762 |
| Winkelmann wordt van begin af aan gehinderd in zijn werk, namenlijk het serieus optekenen van vondsten en het zoeken van historische verbanden. Hij mag net als iedereen geen aantekeningen of schetsen maken in het museum van Karel III, en de ithyphallic tripod is opeens even niet beschikbaar. Geen wonder dat hij als archeoloog in hart en nieren razend wordt. Hij huurt een kamer in de buurt en houdt alles als een vervelende wesp in de gaten. Uiteindelijk wordt de vrede getekend en redigeert hij het laatste deel van de "Le Antichité di Erocolano esposte" Met veel dank aan Weber, de eerste die het belang inzag van een methodische opgraving. |
| 1759 |
| Karel III wordt koning van Spanje en zijn 8-jarige zoon Ferdinand erft het koninkrijk van Napels-Sicilië. Karel vertrekt met pijn in zijn hart. Het museum blijft in Portici. Ene Tannucci wordt regent omdat Ferdinand nog te klein is om te regeren. |
| Ons Ferdinand groeit op en blijkt een nog grotere dombo dan zijn vader. Hij heeft (gelukkig) totaal geen interesse in de opgravingen. |
| En nog 2 bladzijden. Schitterend! Overigens: echt archeologisch verantwoord zijn de afbeeldingen niet! |
| Opgraving Herculaneum. Gravure van Desprez uit 1781 |