x
__  __  __  __  __  __  __  __  __  __  __  __  __  __  __  __  __  __  __  __  __  __  __  __  __  __  __  __  __  __  __  __  __  __  __  __  __  __  __  __  __  __  __  __  __
Verkeer in Pompeii
Druk druk druk...
De Romeinen waren uitstekende wegenbouwers. De straten in Pompeii zijn een goed voorbeeld.
De stenen die werden gebruikt voor het straatdek passen precies in elkaar, met maximaal kieren van slechts 3 mm !!
Aan weerszijden van de straat waren verhoogde trottoirs. Er waren stapstenen om als voetganger makkelijk de weg over te
kunnen steken. Deze stapstenen werkten ook als verkeersdrempels.
Er was een goed afwateringssysteem zodat de straten niet snel blank kwamen te staan.
En nu het aller-geniaalste (vind ik tenminste):  er waren op sommige drukke punten zogenaamde "kattenogen" in het wegdek verwerkt.
Dit zijn wit marmeren steentjes die 's nachts oplichten in het schijnsel van lantaarns en fakkels zodat de weg beter zichtbaar was. 
Smalle of gevaarlijke straatjes hadden voorgemaakte "geleidegroeven" om het verkeer beter te kunnen leiden. Dwz dat de
as van de karren meestal hetzelfde was. (anders had je wel erge pech, wat een gescheld zal dat geweest zijn)
De straat zelf
Sommige straten waren dmv een steen afgesloten voor rijdend verkeer. Het forum was bv uitsluitend voetgangersgebied.
wat voor verkeer was er?
Sommige sporen die je ziet in
Pompeii zijn  het gevolg van
slijtage door het grote aantal
karren.Het kan ook zijn dat
we hier "geleidegroeven" zien.
Straatje ter breedte
van 1 stapsteen
En jawel, een straat van 3
stapstenen breed...
O wow, ben 2000 jaar terug in
de tijd.Weinig mensen op straat.
Maar dat komt vast omdat het
regent.
En een straat in
Pompeii nu
- Ten eerste natuurlijk heel veel voetgangers.
- En ten tweede heel veel wagens om goederen te vervoeren.
Plaustrum (met overkapping: Sella curulas )
  Deze lastwagens werden getrokken door ossen, paarden of muilezels.

 
- Je had de snelle jongens in een karretje met twee grote wielen achter een renpaard. Cisium Maar echt hard racen konden
  ze niet in Pompeii, al was  het maar vanwege de files, de verhoogde trottoirs (niet fijn om tegen aan te botsen) en de
  bochten van 90 graden, vaak ook  met een "stopper"  in de vorm van een openbare fontein.
- Passagierskoetsen speciaal voor lange tochten. Deze wagens hadden 4 wielen en werden getrokken door
  paarden, ossen of muilezels. Soms kon je er zelfs op slapen in hangmatten!
Raeda
              
Een jongeman
raast per
cisium via
de Nocera poort de stad uit.
- Overdekte koetsjes getrokken door twee paarden. Voor twee of drie passagiers Epirhedum   
Pompeii en hoeveel verkeer er waarschijnlijk was
- Grote zware lastwagens werden carrus genoemd. Hier komt ons woord kar vandaan.
- Pompeii lag aan de hoofdweg van Rome naar het zuiden. Rome/neapolis/Pompeii/Nuceria/Stabiae en verder zuidwaarts.
  Dat was dus heel veel doorgaand verkeer van reizigers, vrachtverkeer, militairen etc.
- Pompeii voerde diverse goederen uit, zoals ter plaatse gemaakt brood en garum. Dus er moest heel wat vervoerd worden!
- Pompei had een haven aan de Sarnus, en een haven dichtbij aan de middellandse zee. Daar was natuurlijk heel veel verkeer
  van- en naar toe.
- Dan was er nog het drukke verkeer tussen de Ager Pompeii en de stad zelf. De Ager Pompeii waren de landbouwgronden
  buiten de stad Pompeii, met de bijbehorende boerderijen en landelijke herenhuizen.
villa rustica
De overlast
Het lawaai. de stank, de drukte en niet te vergeten alle opstoppingen van al die mensen, voertuigen en trekdieren moet verschrikkelijk geweest zijn.
Sommige keizers probeerden verkeersmaatregelen op te leggen. Julius Caesar verbood in de stad Rome al het goederenvervoer overdag. Dat zal niet echt geholpen hebben, want hoewel minder drukte overdag, deed je 's nachts natuurlijk geen oog dicht vanwege het lawaai van ladende- en lossende karren.
Het belang van openbare ruimten
- Romeinen hielden van openbare ruimten. Dit waren plekken in de stad waar heel veel mensen konden samenzijn, werken,
  zich vermaken, elkaar ontmoeten, goden aanbidden, inkopen doen etc. Zoals een forum, badhuizen, theaters, en tempelhoven.
  Natuurlijk waren dit altijd voetgangersgebieden.

    
- Het is interessant te zien hoe de Romeinen zelfs binnen de stadsmuren van het toen al eeuwenoude Pompeii nieuwe openbare
  ruimten  wisten te creëren of bestaande openbare ruimtes mooier en groter wisten te maken.
  Ze bouwden het nieuwe forum en maakten het een voetgangers gebied. Het oude forum (nu: driehoekig forum) met
  het  kleine theater en een verwaarloosde  tempel werd een prachtig wandelgebied, met een nieuw odeon, gerestaureerde
  tempel, en zelfs banken om van het uitzicht op zee te genieten.
Mogelijke verkeersstromen in Pompeii
In het rood alle doorstromingswegen (Het forum
en oude driehoekig forum waren voetgangers gebieden)
Waarschijnlijk waren er ook veel éénrichtingstraten in Pompeii
(Kan niet anders sinds de vele smalle straatjes, breed genoeg voor
maar 1 kar waar toch karrensporen gevonden zijn)
Wat mij verbaast is dat ik altijd dacht dat de via Marina/forum/ via dell' abbondanza 
de belangrijkste  doorgaande weg was. Dwz de beneden decimanus (hoofdstraat oost-west) van Pompeii. Op deze kaart zie ik dat het verkeer (behalve voetgangers) helemaal langs het
forum geleid werd.
Belangrijker voor het verkeer is de boven decumanus (via della  Fortuna en via di Nola naar de Porta Nola)
Maar de echte verkeersader is de cardus maximus. (hoofdstraat noord-zuid)
Dat is de porta Vesuvio dan de via Stabiana door naar de porto Stabia
Kaart " Romeins verkeer, weggebruik en verkeersdrukte in het Romeinse rijk"
Cornelis van Tilburg 2005
III 232-238
Vele zieken in de stad sterven door het gebrek aan slaap. Want welke huurkamertjes laten de slaap toe ? De doortocht van de karren in de scherpe bochten en een scheldpartij van een stilstaande menigte zouden zelfs zeekalveren uit hun slaap wekken. Alleen een rijk man kan hier slapen. Voor de armen is er geen plaats in de stad om te slapen of om na te denken. 's Morgens maakt de schoolmeester lawaai, 's nachts de bakkers en overdag de koperslagers met hun hamertje. het gelach van een voorbijgaande maakt ons wakker en Rome staat aan ons bed.

De dichter Juvenalis in zijn "Satiren" over verkeer (1ste eeuw na chr.)
vertaling http://www.klassiekevertalingen.nl/
II 239-256
Als de plicht roept, zal de rijke in een reusachtige draagstoel gedragen worden en hij zal boven de hoofden lopen en hij zal onderweg lezen en schrijven of slapen binnenin. En toch zal hij eerder aankomen : wij die gehaast zijn worden verhinderd door een zee van mensen. Het volk dat volgt in een grote file duwt ons in de lenden. De ene stoot met zijn elleboog, de ander met een harde paal. De ene slaat een balk op je hoofd, de ander een kruik. De pas herstelde tunieken worden gescheurd. Een ijverige opkoper haast zich met muildieren en sjouwers. Een reusachtige machine takelt nu eens een rotsblok op, dan weer een balk. Ze wiebelen in de hoogte en vormen een bedreiging voor het volk. Een droevige begrafenisstoet komt in botsing met een vrachtwagen. Hier vlucht een dolle hond, daar stormt een smerig varken vooruit met zijn vette poten onder de modder. De kapper, de herbergier, de kok, de slager hebben de hele stad in beslag genomen en op hun stoep is er geen stoep meer. Wat ooit een weg is geweest, is nu een smal paadje geworden.
III  passim

Als een rijke voor zaken de deur uit moet, dan laat hij zich voeren in een draagstoel. Eerbiedig wijkt de menigte gewone stervelingen en statig glijdt hij als het ware over de hoofden heen, als een schip op de golven. Veilig zit hij opgesloten in zijn draagstoel, waar hij rustig kan lezen, schrijven of zelfs slapen... Ik ben even gehaast als hij, maar de massa voor mij uit verspert me de weg, de massa achter mij duwt en dringt en stompt me in de nieren. Eentje geeft me een elleboogstoot in de flank, een ander botst hard tegen me aan met een plank, een derde verkoopt me een fikse lel tegen mijn kop met een balk en voor ik daarvan bekomen ben, ben ik half versuft tegen een door iemand meegezeuld vat gelopen.En aan de onderkant van mijn lichaam vergaat het me al niet veel beter: mijn benen zitten onder de modder, mijn voeten lijken wel het doelwit van alle schoenen in de buurt en een passerende soldaat blijft met een roestige spijker van zijn soldatenlaars in mijn teen vasthangen.
Daar komt een reusachtige spar op ons af, waggelend op een gammele wagen, en daarachter volgt nog zo'n wagen met een den. Hoog boven de mensenzee deinen die bomen heen en weer en elk ogenblik schijnen ze te zullen vallen. Maar als nu eens de as zou breken van een van die andere reuzenwagens, die volgeladen zijn met reusachtige blokken marmer, en als de lading nu eens op de voorbijgangers zou terechtkomen, kun jij je dan voorstellen wat er van die platgesmeerde lichamen overblijft? Zou jij de armen en de benen nog uit elkaar kunnen houden?
De tranquillitate animi 

De Romeinse klaplopers zwerven door de straten, over de fora, in de zuilengalerijen, altijd klaar om zich met andermans zaken te bemoeien, altijd met de air van god-wat-heb-ik-het-toch-weer-druk-vandaag. Ze lopen hier, ze lopen daar, zonder zelf te weten waarheen; ze doen niets van wat ze zich eventueel voorgenomen hebben te doen, ze ondergaan slechts wat hen overkomt. Soms is het pijnlijk om hen bezig te zien: ze lopen alsof ze ergens een brand moeten blussen, met zo'n geweld botsen ze tegen iedereen op die hun pad durft kruisen; ze lopen zich het vuur uit de sloffen om op een straathoek een voorname heer te gaan groeten, hoewel ze van te voren weten dat die hun groet niet zal beantwoorden; met het uitgestreken smoelwerk van een lijkbidder lopen ze mee in de begrafenisstoet van een dode die ze nooit hebben gekend; ze sluiten enthousiast aan bij een schare supporters van de een of andere rijke, die de manie bezit alles voor de rechtbank te willen brengen; ze juichen uitbundig bij een huwelijksceremonie van twee illustere onbekenden; als ze een draagstoel zien passeren, lopen ze mee en houden zich klaar om, wanneer de gelegenheid zich voordoet, de schouder onder de draagbalk te zetten en mee te dragen, wel rekenend op een beloning.
Seneca
< 2 impressies van  de drukte in de
   straten van in Pompeii > 
Op het rechterplaatje zie je oa een
Carrus en een draagbed.
Onderaan deze bladzijde enige stukjes gschreven door Romeinen over deze overlast.
Een bewaard gebleven
Romeins bronzen draagbed.
De "kattenogen"!


Onderzoek, tekst en webdesign ©Sione van Walderveen



     
   Gastenboek voor vragen en opmerkingen  op index  pagina