"Claudia Severa aan haar Lepidina, gegroet.
Op de derde dag voor de Ides van september, zuster, voor de viering van mijn verjaardag, nodig ik je een hartelijk uit, om er zeker van te zijn dat je naar ons komt, om de dag voor mij aangenamer te maken door je aankomst, als je er bent.(?) Geef mijn groeten aan jouw Cerialis. Mijn Aelius en mijn zoontje groeten hem. Ik zal je verwachten zuster.
Vaarwel zuster, mijn liefste ziel, met wie het naar ik hoop goed gaat, en heil."
                                                                   Tab.Vindol.II.291
p
beroemde afbeelding uit Pompeii van een man en vrouw die schrijfbenodigheden vasthouden.
een van de brieven
gevonden in Vindolanda
Britten die romeinse soldaten
naspelen
reconstruktie van muren
en hoofdpoort van
Vindolanda
Vindolanda was een romeinse garnizoenplaats, gesticht in 80 AD in schotland, ongeveer in het midden van wat later de 'muur van Hadrianus' genoemd zou worden.
Het had een stenen hoofdkwartier, een officiershuis en een badhuis. In de tijd van Hadrianus (120 AD) werd het compleet vernieuwd en uitgebreid, maar de brieven waarover we spreken
komen uit deze eerste periode. Interessant genoeg waren hier voorouders van ons gelegerd, namenlijk het derde en negende cohort Batavieren. Zij moesten 25 jaar in het leger dienen en mochten zich daarna Romeins staatsburger noemen. Er zaten geen Britten in dit legioen, dankzij een opstand van dezelfde Batavieren in 69 AD, waarna bij wet geregeld werd dat inlanders niet in hun eigen provincie mochten dienen in het romeinse leger.
Claudia Severa was de vrouw van een commandant van een dichtbij Vindolanda gelegen fort. Zij schreef regelmatig met de vrouw van Cerialis, Sulpicia Lepidina.
Flavius Cerialis was een Bataafse edelman en praefectus van het negende cohort Batavieren in 97 AD.
Er zijn ongeveer 400 brieven gevonden in Vindolanda. Ze zijn gemaakt van dun hout, ongeveer 1 tot 3 mm dik, ter grootte van een moderne postkaart. Er werd geschreven
met inkt en daarna werden ze dubbel gevouwen en werd het adres erop gezet. Er konden langere brieven geschreven worden door eenvoudig gaten te maken en zo meerdere tabletten aan elkaar vast te binden. Dit was normaal briefpapier in de
noordelijke provincies, aangezien papyrus hier schaars was.
De brieven in Vindolanda dateren van 97-103 AD, en geven een goed beeld van het leven in een klein garnizoensplaatje, omringt door barbaren.


Cl(audia) · Seuerá Lepidinae [suae 
  [sa]l[u]tem 
iii Idus Septembr[e]s soror ad diemsollemnem natalem meum rogó 
libenter faciás ut uenias   ad nos iucundiorem mihi  ii  [diem] interuentú tuo
facturá si   [.].[c.3]s uacat 
Cerial[em t]uum salutá Aelius meus .[   et filiolus salutant uacat 
uacat sperabo te soror uale soror anima mea ita ualeam  karissima et haue 
 
Sulpiciae Lepidinae Cerialis 
a S[e]uera
De bewuste brief en letterlijke tekst.
Wastafeltje en stylus. In het wastafeltje kon je tekstjes schrijven  met de stylus (een soort spijkertje). Je kon de was weer makkelijk gladstrijken en dan weer opnieuw schrijven
Dit setje is gevonden in Engeland.