| "Claudia Severa aan haar Lepidina, gegroet. Op de derde dag voor de Ides van september (10 september), zuster, voor mijn verjaardag, nodig ik je hartelijk uit, om er zeker van te zijn dat je naar ons komt, om zo de dag op te vrolijken met je bezoek. Groet jouw Cerialis van me. Mijn Aelius en mijn kleine zoon zenden je hun groeten. (tweede handschrift) Ik zal je verwachten zuster. Tot kijk zuster, mijn liefste ziel, met wie het naar ik hoop goed gaat, en heil." (terug naar eerste handschrift) Aan Sulpicia Lepidina, vrouw van Cerialis, van Severa." Tab.Vindol.II.291 |
| p |
| Beroemde afbeelding uit Pompeii van een man en vrouw die schrijfbenodigdheden vasthouden. Zij een wastafeltje en stylus en hij een papyrusrol. |
| Een van de brieven gevonden in Vindolanda |
| Hedendaagse Britten die Nederlandse (Bataafse) Romeinse soldaten naspelen. Je snapt wel. |
| Reconstructie van muren en hoofdpoort van Vindolanda |
| Vindolanda was een Romeinse garnizoensplaats, gesticht in 80 AD in Schotland, ongeveer in het midden van wat later de 'muur van Hadrianus' genoemd zou worden. Het had een stenen hoofdkwartier, een officiershuis en een badhuis. Daaromheen natuurlijk al snel een dorpje met lokale mensen (Britten) die via de markt handel dreven met de overheersers (De Romeinen, waaronder vele Batavieren die dienden in het Romeinse leger). In de tijd van Hadrianus (120 AD) werd het fort compleet vernieuwd en uitgebreid, maar de brieven waarover we spreken komen uit deze eerste periode. Interessant genoeg waren hier voorouders van ons gelegerd, namelijk het derde en negende cohort Batavieren. |
| Claudia Severa was de vrouw van een commandant (Aelius Brocchus) van een dichtbij Vindolanda gelegen fort. Zij schreef regelmatig met Sulpicia Lepidina, de vrouw van Flavius Cerialis. Flavius Cerialis was een Bataafse edelman en praefectus (commedant) in Vindolanda van het negende cohort Batavieren in 97 AD. (Dus 18 jaar na de uitbarsting van de Vesuvius en de verwoesting va oa. Pompeii) |
| Er zijn ongeveer 400 brieven gevonden in Vindolanda. Ze zijn gemaakt van dun hout, ongeveer 1.5 tot 3 mm dik, ter grootte van een moderne postkaart. Er werd geschreven met met een soort kroontjespen en inkt gemaakt van koolstof, Arabische gum en water. Door middel van gaten in de stukjes hout, waar doorheen touw of dun metaal werd geregen, kreeg je een soort boekje. De binnenkanten waren de brief zelf en op de buitenkant stonden de naam van de schrijver en op achterkant de naam van degene aan wie de brief gericht was. Er konden langere brieven geschreven worden door eenvoudig meerdere tabletten aan elkaar vast te rijgen. Dit was normaal briefpapier in de noordelijke provincies, aangezien papyrus in deze gebieden schaars was. De brieven in Vindolanda dateren van 97-103 AD, en geven een goed beeld van het leven in een klein Romeins garnizoensplaatsje ver van Rome, met eeuwig slecht weer en omringt door barbaren. |
| Wastafeltje en stylus. In het wastafeltje kon je tekstjes schrijven met de stylus (een soort spijkertje). De stylus had een scherp uiteinde om mee te schrijven. Aan de bovenkant was een breed stuk waarmee je de was weer makkelijk kon gladstrijken om dan weer opnieuw te beschrijven Dit setje is gevonden in Engeland. |
| bladzijde 1 Cl Seuera Lepidinae [suae] [sa]l[u]tem Iii Idus septembr[e]s soror ad diem sollemnem natalem meum rogo libenter facias ut uenias ad nos iucundiorem mihi |
| bladzijde 2 [diem] interuentu tuo factura si [uenie]s cerial[em tu]um saluta aelius meus et filiolus salutant sperabo te soror uale soror anima mea ita ualeam karissima et haue |
| achterkant sulpicae lepidinae [flaui]i cerialis [a se]uera |
| voorkant A SEVERA SULPICIAE LEPIDINAE UXORI FLAVII CERIALIS |
| Deze woorden zijn waarschijnlijk door Clausia Severa zelf geschreven |
| { |
| De brief bladzijde 1 en 2 |
| Zij moesten net als alle andere niet-Romeinen 25 jaar in het leger dienen en mochten zich daarna Romeins staatsburger noemen. Er zaten geen Britten in dit legioen, dankzij een opstand van dezelfde Batavieren in 69 AD, waarna bij wet geregeld werd dat inlanders niet in hun eigen provincie mochten dienen in het Romeinse leger. Dus raar genoeg zaten in Groot- Britannie voorouders van Nederlanders in Romeinse krijgsdienst!! |
| De Batavieren, ook wel Bataven, woonden in de Rijndelta met als centrum wat nu Nijmegen heet en werden als stam oa. door zowel Julius Caesar als de geschiedsschrijver Tacitus genoemd. |
| Papyrusrollen. Op plantaardige basis (namenlijk de payrusplant) en daarom nogal fragiel. |
| Zo werden de letters op de tabletten van Vindolanda meestal geschreven. |
| KIJK GOED NAAR DEZE LETTERS |
| Aanwijzingen: - De eerste zin bevat 2 namen: Hostilius Flauianus en Cerialus - Het is een standaard begroeting aan het begin van een brief - De laatste zin is een heilwens die we vandaag de dag ook nog rondsturen rond 30 december - Een woord dat boven de laatste zin staat was de schrijver vergeten en heeft hij later erboven geschreven - U en V werden hetzelfde geschreven |
| OPLOSSING: Hostilius Flauianus Cereali
suó salutem (novom) annum faustum felicem |
| VERTALING: Hostilius Flavianus aan zijn Cerealis, gegroet Een voorspoedig en gelukkig nieuw jaar |