ambachten in Pompeii



Ok, om realistisch te blijven: leefden wij in die tijd in Pompeii dan waren we waarschijnlijk slaaf. Ongeveer 4 op de 10 mensen waren slaaf. Ach ja, iemand moest toch onbetaald het vuile en zware werk in die hitte doen? Maar ook voor slaven was er hoop.
Je kon altijd hogerop komen of vrijgelaten worden. Zelfs vrouwen hadden in het keizerrijk wettelijk de mogenlijkheid hun slaven vrij te laten. Je ex-slaven of slavinnen waren je dan natuurlijk eeuwig dankbaar.  Er waren raar genoeg geen sociale onlusten in Pompeii. Armen en rijken leefden
vreedzaam naast elkaar. (nu ja, we kunnen niet meer in hun harten kijken...)
Druivenplukkers
Reconstruktie van het
malen van het graan
Timmerman
Pottenbakkers

De industrie was oorspronkelijk zelfvoorzienend. Dat wil zeggen alles was bedoeld voor de behoefte van de inwoners van de
stad Pompeii. Het overschot werd geexporteerd.
- Je had natuurlijk alle ambachten die voorkomen in een middelgrote stad. Hoefsmeden, slagers, schoenmakers, kappers,  etc
-  Er zijn pottenbakkerijen gevonden, waar bv behalve keuken- en serviesspullen ook dakpannen en amphoras werden gemaakt.
-  Er waren 4 grote vollerijen, dat zijn werkplaatsen waar je je peperdure toga kon laten wassen en opknappen. Ook werden
   daar wollen stoffen voor de verkoop gemaakt.
-  Verschillende grote bakkerijen voorzagen de stad van brood en banket. Het graan werd ter plaatste gemalen en gebakken.
-  Garum "fabrieken".
-  200 thermopolia zijn al opgegraven, dit waren eenvoudige eet-en drink winkeltjes, open naar de straat.

Arme mensen hadden geen keuken en waren voor brood en warm eten dus aangewezen op deze bakkerijen en
thermopolia 1 2

klerenpers uit vollerij (reclame-grafitti pompeii)
Vele rijke romeinen lieten in de omgeving van Pompeii grote villas bouwen. Ook de welvaart in de stad zelf nam toe. Er kwam
dus behoefte aan nieuwe dingen, mooier, beter of gewoon anders dan wat er al was. De laatste jaren voor de ramp was er een
toename van export van produkten uit het hele romeinse rijk naar Pompeii. Zelfs buitenlandse wijnen en garum werden
geimporteerd. De ligging aan zee en de rivier de Sarnus was natuurlijk ideaal. Pompeii was aan het herstellen van de enorme
aardbeving in 62, maar was vol hoop en energie en hard op weg een tweede Rome te worden...
Misschien een troost. Armband
gegeven door meester aan slavin in
pompeii. Aan de binnenkant staat:
DOM[I]NUS ANCILLAE SUAE. "van de
meester aan zijn slavin"
Verkoop van brood
Tijd om meer aandacht te geven aan het door mij meest verafschuwde werk. Maar er zal heus wel erger werk geweest zijn...
Jawel: de vollerij dus!!! Hierboven zag je al wat plaatjes van het werk in een vollerij. De vollerij was een soort wasserij en
herstelruimte voor kleding en ook werd er wol verwerkt tot stof voor kleding. Er waren grote kuddes schapen rondom
Pompeii en dus genoeg schapenwol. Volgens keizer Augustus was het spinnen van wol een van de grootste deugden van een
trouw huisvrouw. Hij verplichtte zijn eigen dochter Julia tot het zelf spinnen van haar wol. Ze had er een frisse  hekel aan,
net zoals elke moderne vrouw in die tijd.
PLATTEGROND FULLONICA STEPHANI (EEN VILLA VERBOUWD TOT WASSERIJ)
Alle frescos, tenzij anders vermeld, uit Pompeii
reconstructie vollerij in Ostia
Boer
Een prachtige maquette van
de fullonica Stephani
Kaarden en bleken van stoffen in een fullonica (vollerij)
Onderaan de bladzij meer over vollers.
De vulkanische grond in en rond Pompeii was zeer vruchtbaar. Zo vruchtbaar dat er meerdere oogsten per jaar mogenlijk waren. Er waren olijf- en wijngaarden. Er groeide overvloedig gras, granen, groenten en kruiden. Grote kuddes schapen leverden wol voor de wolindustrie.
Er waren varkens, koeien, geiten en kippen. Er werd honing gewonnen. Uit de zee kwam de vis voor de in het hele romeinse rijk beroemde
vissaus: Garum.Op wat aardbevingen na *kuch* leek het een paradijs op aarde. Al scheen de wijn uit Pompeii berucht om de enorme kater die je ervan kreeg.
De voornaamste industrie was dan ook agrarisch.

SALVE LUCRUM! -
GEGROET WINST!
Grootgrondbezitters met hun enorme villas hadden vaak eigen olijf- en
wijngaarden en veestapel. Zij waren de notabelen van de stad, en hadden de politieke macht, maar besteedden het werk
uit aan de middeklasse. Dat wil zeggen dat bv bakkers en vollers (wolverwerkers) min of meer zelfstandig werkten en zo
zelf ook behoorlijk rijk konden worden. Zelfs als slaaf of kind van vrijgelaten slaven.
Naast de Garum-werkplaatsen waren er opvallend veel bakkerijen. Waarschijnlijk verzorgden deze stad het brood voor de hele omgeving.
Ook de wolindustrie, van schaap tot toga,  was een belangrijke industrie in Pompeii.
Vaten (dolia) in de grond
voor het rijpen van wijn.
Olijfpers
Wijnpers
Bakkerij met verkoop-
toonbank
Reconstruktie bakkerij Pompeii
Bakkerij met graanmolens
op de voorgrond en oven.
koperslagers. Let op het hondje dat ligt te slapen.
Nog meer timmerlui tijdens
een religieus festval
Diner met slaven(slaven zijn kleiner afgebeeld
dan hun meesters)
Van al het rotwerk dat er was lijkt mij werken in een fullonica (vollerij) het ergst
Voller (aaaarch dag in dag uit
stoffen zacht trappelen in urine)
Laten we ook de vele prostituees en
bordelen niet vergeten. Er werd veel
vrijer met sex omgegaan dan vandaag de
dag. Dit plaatje komt bv gewoon uit de
keuken van het huis van Vettii.
fullonica Stephani
DE WOLINDRUSTRIE WAS HEEL BELANGRIJK VOOR DE ECONOMIE IN POMPEII
Het bewijsstuk hiervoor was de wolmarkt op het forum. Het forum was immers het centrum van
de stad. Het prachtige gebouw voor de vollers wat hier stond werd opgericht door
EUMACHIA. Zij kwam uit een onbelangrijke familie. Haar vader schijnt tamelijk rijk geworden te
zijn in de bakstenen-industrie en zij trouwde nog rijker. In haar leven werd ze steeds rijker en/dus
belangrijker. De wolmarkt richtte zij op in naam van haar zoon. Ze werd patrones
(beschermvrouwe) van de vollers en die richtten weer een standbeeld voor haar op. Ze had ook
een eigen begraafplaats voor haarzelf en haar huishouden. Dit is een van de vrouwen uit die tijd
waarvan we weten dat ze niet alleen beslissingen konden nemen maar ook dat ze veel macht
hadden.
Hier zien we het hele proces. De vuile was werd naar de achterkant gebracht. Fijne was werd behandeld in het voormalig atrium. De was met hardnekkige vlekken werd vertrappeld in de saltus fullonici (met menselijke urine) en daarna in de andere kuipen (uiterst rechts) verder gewassen.
Om te bleken werd zwavelstoom gebruikt en werden speciale produkten aan het water toegevoegd.
Ook werd er geverfd in speciale kuipen. Naast de waskuipen beneden waren een keuken,eetkamer en latrine plus een kleine tuin voor de werknemers.(nu ja slaven). Tunieken en togas werden gestreken met een persijzer; thorcular.De schone kleren werden gestreken en hersteld in de voormalige oecus. (boven het impluvium) Hier werden ook de kleren aan klanten teruggegeven of nieuwe kleren getoond en verkocht.
Er waren verschillende opzichters en de eigenaars woonden op de bovenverdieping. (
Reconstructie uit ' Pompeii nu en 2000 jaar geleden ' alberto Carpiceci.)


Herder
Kussenwinkel
Grappig:
"Piskruier", iemand die pis vervoert voor de vollerijen; als beroep opgegeven in het bevolkingsregister van Leiden (1795) (Gemeente-archief aldaar).
Groentenverkoper (van een graf in Ostia)
Messenwinkel
(afbeelding niet uit Pompeii)