wasserij
Ambachten in Pompeii


bakkerij  met toonbank
bakkerij reconstructie
wijnpers
olijfpers

Ok, om realistisch te blijven: leefden wij in die tijd in Pompeii dan waren we waarschijnlijk slaaf. Ongeveer 4 op de 10 mensen waren slaaf. Ach ja, iemand moest toch onbetaald het vuile en zware werk in die hitte doen?
Maar ook voor slaven was er hoop.
Je kon altijd hogerop komen of vrijgelaten worden. Zelfs vrouwen hadden in het keizerrijk wettelijk de mogenlijkheid hun slaven vrij te laten. Je ex-slaven of slavinnen waren je dan natuurlijk eeuwig dankbaar.  Er waren raar genoeg geen sociale onlusten in Pompeii. Armen en rijken leefden
vreedzaam naast elkaar. (nu ja, we kunnen niet meer in hun harten kijken...)
graanmolen
druivenplukkers
Druivenplukkers
(Fresco uit Pompeii)
malen graanmolen
Reconstructie van het malen van  graan.
Vaak werden er ipv slaven muildieren voor gebruikt.
vollerij Stephani
timmerman
Timmerman
(Fresco uit Pompeii)

pottenbakkers
Pottenbakkers
(Fresco uit Pompeii)
koperslagers
De industrie was  zelfvoorzienend. Dat wil zeggen alles was bedoeld voor de behoefte van de inwoners van de stad Pompeii.   Het overschot werd geëxporteerd.
de grootse industrieen:
-  Pottebakkerijenn, waar bv behalve keuken- en serviesspullen ook dakpannen en amphora's werden gemaakt. Waarschijlijk ook voor  de export.
-   De wolindustrie, van geschoren schaapswol tot toga, was een belangrijke industrie in Pompeii. De vollerijen, waar kostbare toga's
     werden  schoongemaakt,  horen hier ook bij.  Er  waren 4 grote vollerijen. 
-  Verschillende grote bakkerijen voorzagen de stad van brood en banket. Het graan werd ter plaatste gemalen en gebakken.
-  Garum  fabrieken. Waarschijnlijk aan de oever van de rivier Sarno. Ze zijn nog niet gelokaliseerd en opgegraven maar omdat dit een belangrijk exportprodukt
    van Pompei  was en er zoet water voor de bereiding nodig was moeten ze te vinden zijn aan de nog onopgegraven  kant van Pompeii.
klerenpers
klerenpers in vollerij (reclamegraffiti Pompeii)
kleding in urine schoontrappen
Vele rijke Romeinen lieten in de omgeving van Pompeii grote villas bouwen.
Ook de welvaart in de stad zelf nam toe. Er kwam dus behoefte aan nieuwe dingen, mooier, beter of gewoon anders dan wat er al was. De laatste jaren voor de ramp was er een toename van import  van produkten uit het hele Romeinse rijk  naar Pompeii.
Zelfs buitenlandse wijnen en buitenlandse garum (Uit Spanje) werden geïmporteerd.
Pompeii was aan het herstellen van de enorme aardbeving in 62 AD, maar was vol hoop en energie en hard op weg een tweede Rome te worden.
Nu ja dat is wat overdreven, maar een tweede Ostia  (De belangrijkste haven van Rome)  moest  toch wel kunnen...
armband
Misschien een troost. Armband
gegeven door meester aan slavin in
pompeii. Aan de binnenkant staat:
DOM[I]NUS ANCILLAE SUAE. "van de
meester aan zijn slavin"
verkoop van brood
Verkoop van brood
(Fresco uit Pompeii)
romeinse prostituee
Tijd om meer aandacht te geven aan het door mij meest verafschuwde werk. Maar er zal heus wel erger werk geweest zijn...
Jawel: de vollerij dus!!! Hierboven zag je al wat plaatjes van het werk in een vollerij. De vollerij was een soort wasserij en
herstelruimte voor kleding en ook werd er wol verwerkt tot stof voor kleding. Er waren grote kuddes schapen rondom
Pompeii en dus genoeg schapenwol. Volgens keizer Augustus was het spinnen van wol een van de grootste deugden van een
trouw huisvrouw. Hij verplichtte zijn eigen dochter Julia tot het zelf spinnen van haar wol. Ze had er een frisse  hekel aan, net  zoals elke moderne vrouw in die tijd.
fullonica
PLATTEGROND FULLONICA STEPHANI (EEN VILLA VERBOUWD TOT WASSERIJ)
Eumachia
reconstructie vollerij
reconstructie vollerij in Ostia
romeins diner met slaven
boer
Boer
maquette fullonica Stefani
Een prachtige maquette van
de fullonica Stephani
timmerman religieus festival
Kaarden en bleken van stoffen in 
een fullonica (vollerij)
De vulkanische grond in en rond Pompeii was zeer vruchtbaar. Zo vruchtbaar dat er twee oogsten per jaar mogelijk waren. Er waren olijf- en wijngaarden.
Er groeide overvloedig gras, granen, groenten en kruiden. Grote kuddes schapen leverden wol voor de in Pompeii belangrijke  wolindustrie.
Er waren varkens, koeien, geiten en kippen. Wilde dieren leefden in de bossen langs de flanken van de Vesuvius. Er werd honing gewonnen. Uit de zee kwam de vis voor de in het hele Romeinse rijk beroemde vissaus: Garum. De rivier de Sarno zorgde voor zoet water en zoetwater vissen.
Op wat aardbevingen na *kuch* leek het een paradijs op aarde. Al scheen de wijn uit Pompeii berucht om de enorme kater die je ervan kreeg. (Volgens Plinius de oudere althans in zijn Naturalis Historia, boek XVI)


~~SALVE LUCRUM!~~
    GEGROET WINST!
Deze grootgrondbezitters met hun enorme villa's  waren de notabelen van de stad, en hadden de politieke macht, maar besteedden het werk uit aan de middenklasse.
Dat wil zeggen dat bv. een bakker of de leidinggevende slaaf van een vollerij  min of meer zelfstandig werkten en zelf ook behoorlijk rijk konden worden.
Olijfpers (Pompeii)
Wijnpers
(Pompeii)
Bakkerij met verkoop-
toonbank (Pompeii)
Reconstructie van een
bakkerij waarin de fresco
links ook uitgebeeld is. (Linksonder o0p het plaatje)
Bakkerij met graanmolens.
Grote oven links.
(Pompeii)
koperslagers. Let op het hondje dat ligt te slapen.
Nog meer timmerlui tijdens
een religieus festival (Pompeii)
Diner met slaven(slaven zijn kleiner afgebeeld
dan hun meesters)
Van al het rotwerk dat er was lijkt mij werken in een fullonica (vollerij) het ergst
Voller (aaaarch dag in dag uit
stoffen zacht trappelen in urine)
Laten we ook de vele prostituees en
bordelen niet vergeten. Er werd veel
vrijer met seks omgegaan dan vandaag de
dag. Dit plaatje komt bv gewoon uit de
keuken van het huis van Vettii.
fullonica Stephani
DE WOLINDRUSTRIE WAS HEEL BELANGRIJK VOOR DE ECONOMIE IN POMPEII
Het bewijsstuk hiervoor was de wolmarkt op het forum. Het forum was immers het centrum van
de stad. Het prachtige gebouw voor de vollers wat hier stond werd opgericht door
EUMACHIA. Zij kwam uit een onbelangrijke familie. Haar vader schijnt zeer rijk geworden te
zijn in de baksteenindustrie en zij trouwde nog rijker. In haar leven werd ze steeds rijker en/dus
belangrijker. De wolmarkt richtte zij op in naam van haar zoon. Ze werd patrones
(beschermvrouw) van de vollers en die richtten weer een standbeeld voor haar op. Ze had ook
een eigen begraafplaats voor zichzelf en haar huishouden. Dit is een van de vrouwen uit die tijd
waarvan we weten dat ze veel macht had.
Hier zien we het hele proces. De vuile was werd naar de achterkant gebracht. Fijne was werd behandeld in het voormalig atrium. De was met hardnekkige vlekken werd vertrappeld in de saltus fullonici (met menselijke urine) en daarna in de andere kuipen (uiterst rechts) verder gewassen.
Om te bleken werd zwavelstoom gebruikt en werden speciale producten aan het water toegevoegd.
Ook werd er geverfd in speciale kuipen. Naast de waskuipen beneden waren een keuken, eetkamer en latrine plus een kleine tuin voor de werknemers.(nu ja slaven). Tunieken en toga's werden gestreken met een persijzer; thorcular. De schone kleren werden gestreken en hersteld in de voormalige oecus. (boven het impluvium) Hier werden ook de kleren aan klanten teruggegeven of nieuwe kleren getoond en verkocht.
Er waren verschillende opzichters en de eigenaars woonden op de bovenverdieping. (
Reconstructie uit ' Pompeii nu en 2000 jaar geleden ' Alberto Carpiceci.)
herder
Herder
kussenwinkel
Kussenwinkel

Grappig:
"Piskruier", iemand die pis vervoert voor de vollerijen; als beroep opgegeven in het bevolkingsregister van Leiden (1795) (Gemeentearchief aldaar).
groenteman
Groentenverkoper (van een graf in Ostia)
messenwinkel
Messenwinkel
Poelier (Rome)
poulier
Slager (links) en graanmaler (rechts)
Resultaat = worstenbroodjes???
Toga verkopers
Wijnwinkel
Werk en winkels
- Je had er alle ambachten die voorkomen in een middelgrote stad. Hoefsmeden, slagers, bakkers, schoenmakers, kappers, wijnverkopers  etc.
-  De marktlui op het
macellum met elke dag  verse vis, vlees,  fruit en groenten.
Het forum was de plek voor geldwisselaars en bankiers. Ook waren er leraren en hun klasjes  en marktlui  die van alles verkochten, zoals
   sandalen, potten en pannen, gereedschap, lampen, etc.
- 200 thermopolia zijn al opgegraven, dit waren eenvoudige eet-en drinkwinkeltjes, open naar de straat.Meestal werd een gedeelte aan de straat van een domus (groot      huis) gehuurd.
Arme mensen hadden geen keuken en waren voor  warm eten aangewezen op deze  thermopolia
Industrie
Smid
Hier wordt waarschijnlijk een kledingstuk getoond aan een klant.
Boven hangen kleren te drogen.
Kapper en klant
(Trier)
Zie ook Bekende mensen uit Pompeii
Een uithangbord voor
een pottenbakkerij
in Pompeii. Je ziet een
god, waarschijnlijk
Vulkanus, en de pottenbakker
aan het werk. II -3-8

De grote villa's  buiten de stad waren meestal zelfvoorzienend en hadden eigen wijn-en olijfgaarden, groente-en kruidentuinen en veestapel. Het brood werd vaak zelf gebakken.
Ook binnen de stadsmuren van Pompeii waren een paar grootgrondbezitters met enorme villa's.
Deze villa's in de stad hadden altijd bijbehorende kleine winkeltjes waar producten van de grondopbrengst werden verkocht. Ook verhuurden ze onder aan anderen, die er bv een thermopolium of werkplaats mochten beheren. Julia Felix verhuurde zelfs een privé badhuis op haar terrein.
De villa's
Fullonica (vollerijen)
Prachtige reconstructie.
In rijke huizen van Pompeii werd soms het eigen brood gemalen en gebakken
Op deze muur een reclame voor
gebruikte  bouwmaterialen.
"Tegula  cumular(ia) /  opercula,
colliquia / venalia, convenito
indide(m)
("Dakpannen, dekplaten, buizen, kom naar de gebruikelijke plek om te kopen")
Pompeii, vindplaats niet bekend.
   Gastenboek voor vragen en opmerkingen  op index  pagina
Onderzoek, tekst en webdesign ©Sione van Walderveen