Al bij de Etrusken (voorouders van de Romeinen) leefde het idee van een 'onderwereld' waarin de doden verder leefden.
Het vervelende is dat het Etruskisch tot de dag  van vandaag niet helemaal vertaald is. Wel zijn er  prachtige grafkelders opgegraven met
schilderingen en sarcofagen met afbeeldingen die toch een aardig idee  geven  hoe er over het hiernamaals gedacht werd.
De Romeinen namen dit over, versterkt door de Griekse mythologie.           
In alle verhalen is er sprake van een rivier die overgestoken word, en ook een driedeling in het hiernamaals; voor de mensen die
'goed' geleefd hadden een soort paradijs, en voor de slechteriken een soort 'hel'. En een tussenvorm voor "dwalende zielen'
In ieder geval werd er over het algemeen geloofd in een  voortzetting van het leven, in wat voor vorm dan ook.
Interessant is dat de begrippen "goed" of "slecht" niet veel veranderd zijn door de eeuwen. Ook toen was je een slecht mens wanneer je een moord
had begaan, gestolen  had of onbetrouwbaar was geweest.
Vanth was een Etruskische godin uit de onderwereld. Zij verscheen aan het doodsbed om het sterven te vergemakkelijken en de ziel de weg te 
wijzen. Ze was gevleugeld en werd vaak afgebeeld met een toorts in haar hand en twee slangen rond haar arm.


Veel Romeinen hadden echter hun twijfels bij dit verhaal. Julius Caesar zelf ging er vanuit dat dood dood was en  verder niets.
Een manier om voort te leven na je dood was door je daden zodat mensen je zouden blijven herinneren. Was je een beetje bang dat je
daden niet genoeg zouden zijn dan kon je je energie en geld altijd nog besteden aan een mooie graftombe.  Dat iedereen dat wel zou willen
blijkt uit een vaak voorkomende regel op graven: "Dit graf mag niet nog een keer gebruikt worden". Een tombe liet je tijdens je leven maken
of je droeg je erfgenamen op daarvoor zorg te dragen.  Mensen die niet zo rijk waren sloten zich, net als nu, aan bij een begrafenisonderneming.
Wanneer je echt heel arm was  restte je een openbare vuilnisbelt. Dat was wel heel gruwelijk dus alles werd gedaan om dat te vermijden.
Ok, je had geen geld voor een prachtige tombe met picknickplaats voor vrienden en familie om te gebruiken tijdens de feest- en herdenkingsdagen.
Dan werd je as  bijgezet in een *columbarium*. De vertaling hiervan is *duiventil*.  Dit waren nissen in een  muur zoals je ze nu ook ziet op
begraafplaatsen in zuidelijke landen.  Hierin kreeg je een nis waar je as werd bijgezet en eventueel, als je iets meer geld had,  een portretbeeldje.



Etruskische grafkunst:
Vanth bij stervende soldaat
Hades en zijn hond
Cerberus
Ach, de Romeinen en hun goden...soms vraag ik me af of ze ze zelf wel uit elkaar konden houden. Er waren er zoveel, voor zoveel verschillende doeleinden.
Ik bewonder de praktische instelling van Romeinen, zij zorgden ervoor dat elke god op de juiste manier werd vereerd maar  van de betreffende god of godin
werd dan ook verondersteld goed terug te doen. Het was een soort "voor wat hoort wat"  mentaliteit.
De Romeinen discrimineerden ook niet. Oeroude goden van hun voorouders de Etrusken werden in ere gehouden. Zo ongeveer de hele Griekse mythologie
namen ze over. Ze veranderden alleen de  namen en pasten wat verhalen aan om het voor zichzelf  geloofwaardiger te maken.
Mithras, een belangrijke god  uit Perzie, had veel aanhangers, net als de godin Isis uit Egypte. In Pompeii had Isis een eigen tempel.  
Hedendaagse christenen  zouden eens moeten  kijken   hoeveel zij op hun  beurt weer van deze * heidenen* hebben overgenomen.
Engelen met vleugels, stralenkransen, het idee van hemel, hel en vagevuur, de meeste christelijke feestdagen  welke we nu vieren: allemaal  gebaseerd  op
oude Romeinse gebruiken!
Aan de overkant, eindelijk in het rijk van Hades, kwam je in een voorportaal, Asphodel.
Daar waren drie rechters die je leven doornamen.
Was je erg slecht geweest dan kwam je  in een soort hel *tartarus* tot je zonden afgelost waren. Was je een fantastische held dan ging je naar het *elysium*
De meeste  mensen zaten daar zo'n beetje ertussenin en bleven rondhangen in de Asphodel, waar ze naar verluidt de nieuwaangekomenen, vooral de beroemde
mensen, hinderlijk volgden. (Als geest denk je natuurlijk "Ha, eindelijk weer eens wat te doen en is  hij/zij  in het echt net zo fantastisch als de verhalen over hem/haar?")
De necropoli (dodenstraten) buiten de stadspoorten van Pompeii
grafportret uit Caere
2 Etruskische urnen van een echtpaar
510 v. Chr. Cerveteri
Etruskische urn  
6de eeuw v.Chr.
graf met gevleugelde Vanth
graf van de leeuwinnen
6de eeuw v. Chr.
De ingang van de onderwereld was volgens de Romeinen gewoon bekend. Het was het meer van Avernus, vlakbij Cumae.
Ook de hele onderwereld was in kaart gebracht (!) 
Wanneer je stierf werd je een schaduw, met het uiterlijk van een mens maar zonder vlees of bloed. Je ging naar Hades (de onderwereld) via een
soort niemandsland  met vele rivieren. De rivieren hadden prachtige namen: Als eerste de Styx, rivier van de onbreekbare eed. Althans voor goden, die hun eed zwoeren bij de Styx en zwaar gestrafd werden wanneer ze hun eed verbraken.
Andere rivieren waren: Acheron,  rivier van droefenis (begon bovenop aarde in Griekenland)  Cocytus, rivier van jammerklachten , Phlegethon, rivier van vuur, Lethe, rivier van het vergeten
Dronk je van het water uit de Lethe dan vergat je je aardse leven.
Er waren geloofsrichtingen die hun volgelingen vertelde vooral niet dat water te drinken, anders zou je immers alles vergeten en niets meer weten en leren van de fouten die je in je leven had gemaakt.
De Styx was de belangrijkste rivier; hierna was terugkeren onmogelijk. Het werd bewaakt door een driekoppige hond: Cerberus. Hij deed
niets wanneer je binnenkwam, maar verscheurde je wanneer je terug wilde.
Je kon deze rivier alleen oversteken met een veerman; Charon.  Vaak werd er een muntje onder de tong van de overledene geplaatst om
de overtocht te kunnen betalen. Je liep anders het risico eeuwig te moeten dwalen langs de rivier.
Het meer van Avernus.
Hier was volgens de Romeinen de ingang van de onderwereld.
Het hiernamaals volgens de Romeinen
Dis Manibus
De rivier Acheron,
bovengronds
< Etruskische grafkelder >
Best wel gezellig. Vooral omdat het de gewoonte was bij begrafenissen
een banket aan te richten voor de levenden en "in geest" voor de doden in de grafkelder.
Waanzinnig mooi fresco uit dezelfde grafkelder.


Onderzoek, tekst en webdesign ©Sione van Walderveen



     
   Gastenboek voor vragen en opmerkingen  op index  pagina
dis manibus
 
geesten en feesten
< Het symbool van Mano Fica
Grappig:  Het bekende "duivelsteken" bij rockconcerten (gebalde vuist en opgestoken pink en middelvinger) was bij de Romeinen een bezwering tegen impotentie. 
  De manes waren alle zielen, goed of slecht, van gestorvenen.  De zielen van degene die je geen kwaad toewensten en je zelfs beschermden werden lares genoemd. Dit
  waren meestal je voorouders en ze werden vereerd in een huisaltaar:  het lararium. Van de mannen in de familie die naam gemaakt hadden in de wereld werden
  dodenmaskers van was gemaakt. Deze maskers werden door acteurs gedragen in begrafenisstoeten van nazaten. Ze moesten ongeveer hetzelfde postuur hebben als de
  overledene en zijn mooiste en beste kleding aanhebben. Ik zou dat graag hebben willen zien, luguber en groots tegelijk.

Het was zeer belangrijk voor de Romeinen om begraven te worden. Zelfs in de periode
dat mensen over het algemeen gecremeerd werden, zo rond 100 v Chr. tot 400 na Chr., (behalve slaven en kinderen jonger dan 40 dagen ) was het belangrijk dat
er tenminste iets begraven werd, al was het  maar een botje.
Er was een term voor; 'justa facere', wat betekent 'de juiste dingen doen'.  Dat wil zeggen dat iedere  gestorven romein de juiste begrafenisrituelen moest
krijgen, ook als er geen lichaam meer was. In dat geval werd er tijdens de rituelen een lege tombe gebruikt.
Wanneer er geen tijd of gelegenheid was een lichaam te begraven (bv tijdens een veldslag) waren drie schepjes aarde die over het lijk gegooid werden ook voldoende.
Dit was allemaal noodzakelijk omdat de geest van de overledene anders ongelukkig was en zou blijven rondspoken.

   

-  Het tweede belangrijke festival was speciaal om de kwade geesten, de lemures, weg te jagen. De 'Lemuria' duurde negen dagen en begon op 7 mei. Alleen de
oneven dagen werden geteld. De even dagen brachten ongeluk. Vanwege dit festival vond men de hele maand mei ongeluk brengen en werd er bijvoorbeeld liefst
niet getrouwd.
Er zijn heel wat verschillende versies van de gebruiken rond de  festival die op grote lijnen gelukkig  overeen komen maar in detail verschillen.
We nemen maar de versie van Ovidius ( 43 vChr. – 17 of18 nChr.)
De huisvader van het gezin  moest elke avond van dit festival om middernacht zijn handen wassen en blootsvoets om het huis lopen. Hij had negen zwarte boontjes bij zich
die hij uitspuugde of volgens andere versies over zijn schouder wierp. Hij moest daarbij de andere kant opkijken.
Het idee was dat de geesten achter zijn rug de boontjes oppikte. Elke keer als de man een boontje uitspuugde of wegwierp sprak hij een bezwering uit:
"Hiermee verlos ik mezelf en mijn huisgenoten ".  Ovidius schrijft dat hij hierbij de mano fica maakte om het kwade oog te bezweren. Dat wil
zeggen je duim in gebalde vuist tussen wijsvinger en middelvinger steken, oorspronkelijk  een vruchtbaarheidssymbool. Dit symbolische gebaar werd ter bescherming
nog  eeuwenlang nadien gebruikt.
Wanneer de ronde om het huis voltooid was en alle boontjes uitgespuugd of weggeworpen,  moest de man weer zijn handen wassen en flink lawaai maken op bronzen pannen
(Anderen zeggen dat de familieleden bij zijn terugkeer op bronzen pannen trommelden) terwijl hij negen keer nog een bezwering uitsprak "manes exite paterni"
Hierna mocht hij pas weer om zich heen kijken om te zien of alles in orde was en was de ceremonie geeindigd.
Nog een imago. Eng dat ze die ogen inlegden!  Nu ja, deze
meneer kijkt gelukkig nogal vrolijk bij zijn dood.
Een imago uit  300 n. Chr.
Dodenmasker (imago)  van Caesar
En nu komen we bij de kwade geesten. Zij waren degene die niet op een goede manier begraven waren of die een gewelddadige of vroegtijdige dood gestorven waren.  Zij werden 'lemures' genoemd.  
  Er waren twee momenten in het jaar waar de Romeinen hun doden  vereerden.
  -  In het begin van het jaar had je de dies parentalis. Dit was de periode  van 13 tot 21 februari.
  De laatste dag van de dies parentalis was de feralia, waar de goede geesten van de dode voorouders werden vereerd met bloemen en kleine geschenken, net
  zoals we  vandaag de dag nog doen met Allerzielen of de sterfdatum van een geliefde. Offers aan tempels van speciale goden werden gebracht. Lampen bij het graf
  of de urn werden  gebrand en er werd een feestelijke maaltijd  gehouden. Dit gebeurde overigens ook bij het tweede belangrijke festival; de lemuria. (zie hieronder).
  Er waren  nog twee  kleinere feestdagen waarop bloemen naar het graf van een geliefde overledene konden worden gebracht. De violaria, viooltjesfestival, eind maart,
  en de rosaria, rozenfestival, eind  mei. Alles om ervoor te zorgen dat de geesten gelukkig waren en zouden blijven waar ze thuishoorden zonder de levenden lastig te vallen.
Een begrafenis. Dat het een rijk persoon was kun je  zien aan de draagstoel waar het lijk op rust en de ingehuurde muzikanten.
Er mocht alleen buiten de stad begraven worden. Soms mochten begravenissen of crematies ook alleen  maar 's nachts plaatsvinden.
Een aangenaam triclinium
om een feestmaal bij het
graf te kunnen houden
Pompeii, buiten de
Porta Ercolano
Een begrafenismaal afgebeeld op een grafsteen. (British museum)
Veel Romeinen geloofden  in een onderwereld: Hades.Het was een mengsel van Etruskische en Griekse verhalen.
Bij de Grieken was  Hades de broer van Zeus en Poseidon. Zij verdeelden de wereld onderling en de  arme
Hades werd heeser van de onderwereld. De Etruskische goden  Mantus en Mania werden vereenzelfigd met de Griekse god Hades en zijn vrouw Persephone.
De Romeinen veranderden de Griekse naam Hades in Pluto en  Persephone werd Prospertina.
De naam Hades werd bij de Romeinen de naam van de onderwereld.
Bijna elke grafsteen uit de Romeinse tijd begint met 'dis manibus', vaak als  afkorting:  D. M.
De oude Etruskische naam voor heerser van de dood was Dis.
Geesten van gestorven mensen  werden  'manes' genoemd.
Misschien verwees deze naam naar de Etruskische godin Mania. Zij en haar man Mantus  waren volgens de Etrusken  bewakers
van  de onderwereld.
"Dis manibus"  zou je  poëtisch kunnen vertalen met 'Aan de schaduwen van de onderwereld'
De onderwereld