Blijkbaar is er enorme belangstelling voor alle eetgewoonten en recepten van de oude romeinen. Wie ben ik om het dan maar bij drie bladzijden te laten? Dus hier bladzijde vier.
De eetkamer heet triclinium.
In de winter of wanneer het koud was binnen, of in ieder geval beschut tegen weer en wind.
In de zomer had je als rijk huishouden een triclinium in de tuin. Mmm zitten onder een pergola vol wijnranken
met een zwoel avondbriesje en de geur van rozen, de fontein murmelt in de verte  (droomt langzaam weg...)
Een triclinium bestond uit een ruimte met drie grote banken. Per bank  konden drie mensen aanliggen.
De meeste dingen heb ik op vorige paginas al uitgelegd. Maar nu iets nieuws:
De kunst van  het je zelf uitnodigen voor een cena (avondeten)

Best wel veel gegoede vrije romeinen konden het financieel toch  niet opbrengen elke avond een cena *op stand* te geven. Maar om dan eenvoudiger te gaan eten? Toegeven dat het te duur werd om gasten te hebben? Laten zien dat je niets meer was dan het gewone volk? Geen haar op hun hoofd die daaraan dacht!
De oplossing was dat je je liet uitnodigen bij anderen. Zo kon je gratis eten en meteen  laten zien hoe fantastisch je was als gast. En zo heel populair worden. Zodat je meer werd uitgenodigd. En afentoe  (denk aan je geld) zelf mensen kon uitnodigen.

Aha, weer zo' n maaltijd waar
de heer des huizes een
'belangrijke bespreking' had.
De cena (het avondmaal) was het belangrijkste moment van de dag. De hele famile was aanwezig, gezellig
onder elkaar of met wat vrienden.
Wilde je echter laten zien dat je iemand was moest je gasten uitnodigen, ze een redelijk maal voorzetten en
eventueel voor wat entertainment zorgen. 
Als de  heer des huises belangrijke dingen te bespreken had  met zijn gasten of gewoon geen zin had in de rest van zijn
familie zullen die wel ergens anders gegeten hebben.
Er zaten natuurlijk haken en ogen aan. Wat als je niet werd uitgenodigd?  Of je nodigde iemand uit en die kwam niet omdat hij wat beters had (een belangrijker persoon??). De schande!
Of de gast vertelde overal rond dat je slaven traag waren, je eten slecht en je entertainment een lachtertje....ai! 
Dit  is nog eens een
hoofdgerecht!
Pullum Frontonianum
RECEPT

Hier kon je ook indruk mee maken.
Prachtig blauw romeins glas!
Cena. Afbeelding uit Pompeii. Het  is het einde van de maaltijd.
De vloer ligt bezaaid met etensresten. Een slaaf trekt links een gast zijn schoenen aan en een erg dronken gast rechts wordt door slaven overeind geholpen.
Martialus (ongeveer 40 v chr.-103 na chr.)
Epigrammen XII 82
"Ontsnappen aan Menogenès in de thermen of in de buurt van de thermen is gewoon onmogelijk, hoe handig je het ook aan boord legt.
Bij het balspel geeft hij de door hem gescoorde punten aan jou cadeau. Hij zal, als de bal wat ver van jou is weggerold tot in het mulle zand van de palaestra, de bal gaan halen, ook al heeft hij reeds gebaad en heeft hij zijn maaltijdslippers al aan de voeten.
Als hij je badhanddoek draagt, dan verzekert hij dat jouw handdoek witter is dan sneeuw, ook al is hij smeriger dan een kinderkontje. Als je met pijnlijke nauwgezetheid de weinige haren die je nog resten met een kam over je schedel verdeelt, dan zal hij zeggen dat je een prachtig gelokte haardos hebt, waar Achilleus zelf jaloers op zou zijn.
Onafgebroken spreekt hij heilwensen voor je uit en hij blijft onophoudelijk het zweet van je voorhoofd betten... Alles aan jou prijst hij, voor alles aan jou staat hij in bewondering, totdat je eindelijk zegt 'Kom mee-eten', om van zijn gezeik verlost te zijn."

Over zo´n vervelende zeur die zichzelf wil uitnodigen: 
Nog een keer Martialus omdat hij zo geestig is
Dit keer over iemand die ondanks al zijn pogingen nergens uitgenodigd is:

Epigrammen II 11
"Als je Selius met een gezicht als een donderwolk ziet ijsberen in de porticus, als zijn sombere gedachten geen woorden vergen om begrepen te worden, als zijn gezicht zo lang is dat hij erover zou kunnen struikelen of als hij zich, de wanhoop nabij, op de borst klopt en zich de haren uitrukt, weet dan, Rufus, dat Selius niet de dood van een vriend of broer beweent, dat zijn beide zonen nog in leven zijn (en moge dat nog lang zo blijven!), dat zijn vrouw en zijn slaven het goed stellen, dat zijn bezit ongeschonden is en dat hij niet bedrogen wordt door de beheerder van zijn landgoed. Je bent dan wel benieuwd naar de ware oorzaak van zijn smart? Selius moet vanavond thuis eten."
En hier een brief van Plinius de jongere (dezelfde Plinius die het verslag van de uitbarsting van de vesuvius beschreef aan zijn vriend TacitusOver een vriend die niet kwam opdagen...
Beste Septicius Clarus

Hallo zeg, je zou komen eten en je verschijnt niet! Daar staat straf op: je betaalt mijn onkosten terug tot op de cent en die zijn niet kinderachtig. Op het menu stond een krop sla per persoon, een kwartdozijn escargots, twee eieren, havergortbrij met sneeuwgekoelde honingwijn, de sneeuw komt ook op de rekening, wat zeg ik, die bovenal, want die is op het dienblad ter ziele gegaan, olijven, bietjes, pompoenen, uien en duizend andere gerechten, allemaal even geraffineerd. Je had naar een comediespeler kunen luisteren, een voordrachtskunstenaar of een luitspeler, misschien wel alledrie, je weet hoe royaal ik ben.
Maar jij wilde liever naar Joost mag weten wie voor de oesters, gevulde zeugenbaarmoeders, zee-egels en Spaanse danseresjes. Je zult ervoor boeten, ik zeg niet hoe. Je bent cru geweest, je hebt een plezier vergald, voor jou? weet ik niet, voor mij in elk geval, maar toch ook voor jou. Wat zouden we ons samen hebben vermaakt, gelachen, over literatuur gepraat. Luxueuzer dineren kun je bij heel veel mensen, maar nergens vrolijker, informeler, ongedwongener.
Kort en goed: probeer het een keer, en als je  daarna niet liever verstek laat gaan bij anderen, laat dan bij mij maar verstek gaan, voorgoed.
Gegroet.

boek 1 brief 15 vert. uit het latijn door Ton Peters
De nacht heeft reeds een tiental winteruren
achter de rug en haangekraai weerklinkt
als Simulus, een keuterboer, ontwaakt.
Bezorgd dat hij die dag niet eten zal
verheft hij zich met moeite van zijn brits       
en tast in het aardeduister rond, op zoek
naar de haard. Hij stoot zich flink. Daar is zijn doel.
In uitgebrande blokken schuilt nog net,
onder de as, een laatste smeulend kooltje.
Hij bukt het hoofd en houdt meteen zijn lamp        
erbij. Een droog stuk lont vist hij omhoog,
terwijl hij het kwijnend vuurtje wakker blaast.
De vlam slaat amper over, eindelijk.
Hij houdt de hand beschermend om het licht.
Nu ziet hij ook de kastdeur. Fluks de sleutel       
omgedraaid! Er ligt daar op de grond
wat graan, een vrij armzalig hoopje maar.
Hier schept de boer een vijftal kilo's van,
en kiest daarna positie bij zijn molen.
De trouwe lamp komt op haar eigen plankje.
Dan vooruit, de handen uit de mouwen
gestoken, het grove geitenhuidje om
en molenstenen vegen; holten ook!
Vervolgens is er werk voor beide handen:
de linker dient, de rechter zwoegt het hardst.
Zij draait en keert het wentelende wiel
(het graan loopt door en wordt gestaag geplet)
maar soms brengt links haar moede zuster hulp
en neemt de beurt. Een bonkig boerenlied
ligt nu eens op zijn lippen, arbeidstroost,
dan weer roept Simulus zijn Scybale,
zijn enige meid, een volbloed negerin
met kroeshaar, volle lippen, zwarte teint,
van boven breed en uitgezakt, de buik
heel plat, een spillebeen op grote voet.  
Haar roept hij en beveelt direct een vuur
te stoken om wat water op te koken.
Zodra het draaiend zwoegen is voltooid
veegt hij het meel voorzichtig in de zeef
en schudt: nu blijft de rommel boven liggen
terwijl de ware Ceres zuiver door de
mazen vloeit. Dan op de plank ermee
en vlug wat van het warme vocht erbij!
Hij mengt en kneedt het water met het meel
en gooit het steeds weer om, deelt dra het deeg
in bollen, die hij licht met zout bestrooit.
Hij strijkt ze glad en maakt ze keurig rond
en drukt met zorg wat ruiten in het deeg.
Zo gaat het brood de oven in (waar de meid
een hoekje heeft gereinigd): scherfjes erop
en bakken maar...
                       
Vulcanus alsook Vesta
zijn druk doende, maar ook Simulus zit
niet stil en zoekt zich nog iets extra's uit.
'Niet bij brood alleen'. Dus iets erbij!
Maar wat? Hij heeft geen haken naast de haard
waar hompen harde pekelham aan prijken,
alleen een rookkaas met een touw erdoor
waarnaast een bosje oude dille hangt.
Dus spreekt de held zijn andere schatten aan.  
Zijn huisje kent een tuin, omheind door rijshout
opgevuld met oude stengels riet.
De ruimte is beperkt, maar rijk voorzien
van alles waar een arme baat bij heeft.
(Soms komen rijken bij de arme kopen!)
Het kost hem verder niets, alleen wat werk.
Wanneer hij soms, door regen of een feestdag,
niets omhanden heeft en niet kan ploegen,
komt alle tijd ten goede aan de tuin.
Hij plaatst zijn planten als de beste, zaait
volleerd en is expert in irrigeren.
Kijk, daar staat de kool en brede biet,
en daar groeit zuring, malve en alant,
rapunzel ook en prei en malse sla
waardoor een zwaarbeladen maag tot rust komt.
Daarnaast staat weer radijs met bolle knol
en zware, dik-bebuikte kalebas.
Die oogst blijft niet bij hem (hij leeft zeer krap...)
maar gaat de verkoop in: op marktdag draagt hij
diep gebukt zijn koopwaar naar de stad
en keert hij licht, maar zwaar met geld terug.
-- De hand blijft meestal stevig op de knip!
Met rode ui en bieslook wordt hij zelf
zijn honger de baas, met scherpe waterkers,
andijvie en raketsla, goed voor Venus...
Zulks bedenkend treedt hij in de tuin.
Zijn vingers woelen lichtjes in de grond
en halen strakke bollen knoflook boven,
vier maar liefst! Hij plukt ook peterselie,
ruwe ruit en takjes koriander.
Aldus bevoorraad schuift hij aan bij het vuur
en luid roept hij de meid om zijn mortier.
Van elke bol wordt het blanke lijf ontbloot
en zelfs gevild. De vellen vallen neer
als afval op de vloer. Daarna wordt teen
na teen bevochtigd: hup, de vijzel in.
Wat korrels zout erbij en stukken oude
brokkelkaas en daarop al die kruiden.
Hij klemt de vijzel in zijn harig kruis,
met links, en perst de scherpe look met rechts,
waarna de rest in het pulpje wordt gemengd.
Zijn hand maalt door en langzaamaan wordt alles
één geheel in één gemengde kleur:
niet groen vanwege alle brokjes wit,
niet romig wit doordat er zoveel groen
in zit. Veelvuldig treft een scherpe geur
de neus en trekt de boer een vies gezicht,
veelvuldig pinkt hij ook een traantje weg,
de rook verwensend -- die 't niet helpen kan.
Het werk vlot goed. De stamper draait al niet meer
schoksgewijs, maar kalmer, zwaarder voort.
Dan druppelt hij er Pallas-olie bij,
begiet het kort met krachtige azijn
en nogmaals mengt hij alles flink dooreen.
Tenslotte strijkt hij met twee vingers rond
in de kom en haalt de dichte massa los.
Het resultaat: een eersteklas moretum!
De snelle Scybale heeft reeds het brood
uit de haard gehaald, en Simulus is blij:
geen vrees voor honger meer, zijn dag is goed.
Dan lappen om de benen, muts op, ossen
rustig onder het juk gebracht en monter
akkerwaarts: de ploeg moet in de grond!
Het maken van moretum
Een prachtig vers wat wordt toegeschreven aan Vergilius maar waarschijnlijk een parodie op zijn werk is.
In ieder geval een mooi voorbeeld van het harde boerenleven en een recept van moretum. Alles wel wat overdreven, ook de hoeveelheden van het recept!!!! Knoflook werd door de elite ordinair gevonden vanwege de geur, dus laat de schrijver de arme boer er hele bollen van opeten om hem belachelijk te maken.
Prachtige vertaling van
Vincent Hunink
ROMEINEN ZELF OVER ETEN