| Villas van rijke romeinen zoals te zien in Pompeii en Herculanum waren enorm groot. Ze bestonden uit winkels (TABERNAE), opslagruimtes, stallen, een semi-openbare ontvangsthal (ATRIUM, waar de weelde en rijkdom van de eigenaar goed getoond moest worden), prive vertrekken, badkamers, dienst-en slaven vertrekken en soms ook aparte vrouwenverblijven (GYNAECEUM). Verder waren sier- en moesstuinen, fonteinen, soms een namaakgrot met fontein en beeldjes |
| Voorbeeld van een atrium |
| Tuin en peristylium van het huis van Vettii |
| Doorkijkje via het tablinium in het huis van de zilveren bruiloft. |
| De huizen lijken spaarzaam gemeubileerd geweest te zijn. Er waren natuurlijk bedbanken, (niet zo kaal als ze er nu uitzien maar met matrassen, zachte kussens en dekens), tafeltjes en kasten. Er zijn veel olielampen gevonden, maar die zullen flink gewalmd hebben en gaven nauwelijks licht. Lampenolie (olijfolie) was ook erg duur. Beter kon je de olijfolie gebruiken voor het eten. (zie voor verlichting interieur) Alle aandacht schijnt uitgegaan te zijn naar de druk beschilderde wanden en de talloze kleine beeldjes die vooral de tuin verfraaiden. |
| Hoezo jezelf klein voelen? Atrium uit Pompeiii |
| Het plattegrond links uit 1754 (door Karl Weber) van de Villa van de papyri vlakbij Herculaneum werd door de steenrijke Amerikaan J. Paul Getty gebruikt om een replica van deze villa in Malibu, Californie (Amerika) te bouwen. Het werd geopend in 1974 en is een museum voor Griekse en Romeinse kunst. De villa van de papyri is een van de mooiste en grootste villas ooit opgegraven. De peristylium was meer dan 100 meter lang en 36 meter breed(!) In het midden hiervan lag een langgerekte visvijver. Aan de oostzijde was een belvedere- een in de tuin gelegen verhoging, van waaruit men een mooi uitzicht had. Er werden 90 bronzen en marmeren beelden gevonden. Er zijn aanwijzingen dat deze villa toebehoorde aan de schoonvader van Julius Ceasar. De eigenaar moet in ieder geval een zeer rijk en vooraanstaand man geweest zijn. De replica van Getty geeft een goede, hoewel steriele indruk. Jammer dat ze de felle kleuren vergeten zijn. |
| Hoe zat een romeinse plattelandsvilla in elkaar? |
| Er waren in grote villas meerdere eetkamers (TRICLINIUM). Het was geen uitzondering voor elk seizoen een triclinium te hebben. Het moet een genot geweest zijn als rijke romein, na een hete en vermoeiende dag , in de avondschemering gezellig met familie en vrienden de avondmaaltijd in het zomertriclinium te gebruiken, onder een met rozen begroeide pergula, luisterend naar de murmelende fontein en de vogels in de tuin. De keuken (CULINA) was een weggemoffelde kleine ruimte. Er was meestal een raampje, maar lang niet voldoende voor alle hitte die het werken met een open oven met zich meebrachten. |
| Doorkijkje uit atrium naar tablinum |
| Reconstruktie atrium |
| Een doorsnee rijk huis, domus, bestond uit een ATRIUM, dat was van oudsher een overdekte binnenplaats met een gat in het dak (COMPLUVIUM) Dit was om licht en regenwater door te laten. Precies onder het Compluvium had je het IMPLUVIUM, een bassin om het regenwater op te vangen. Het atrium was de hoofdingang van het huis. Het atrium werd grootser en grootser, vooral om bezoekers te imponeren. Er waren meestal de mooiste wandschilderingen van het huis te zien. |
| Een tweede kenmerk van de romeinse villa , naast het ATRIUM, was het PERISTYLIUM. Dit was overgenomen van de grieken. Het was een tuin, omgrensd door een overdekte wandelgang met pilaren en hierop kwamen alle belangrijke vertrekken uit, zoals slaapvertrekken en de gastenverblijven. Dit was prive-ruimte. |
| De tuin was prachtig, met schilderingen op de muren van het triclinium, fonteinen met prachtige mozaieken, veel groen en overal beelden. Er was vaak ook een moestuin, een visvijver (EURIPUS) en bij de allerrijksten een NYMPHAEUM (nagemaakte grot compleet met waterval en beelden). |
| Triclinium met open prieeldak en fontein, huis van Cornelius Tages. |
| Wintertriclinium. Voor de ramen zaten luiken. |
| De meeste huizen hadden bijbehorende winkels, en daarboven privevertrekken voor de winkeliers. Hun piepkleine woongedeelte was te bereiken via een binnentrap. De winkel was aan de voorkant helemaal open, om de handelswaar goed te kunnen laten zien. 'sAvonds werd het met luiken afgesloten. Dit type woning werd PERGULAE (enkv. pergula) genoemd. |
| Als je er een beetje wilde bijhoren had je huis een atrium, hoe klein ook. Met wat goede muurschilderingen kon het nog heel wat lijken. Een tuin, waar zeer veel prijs op werd gesteld, kon je dmv muurschilderingen ook "groter" maken. |
| Reconstruktie atrium (schilderij van Gustave Boulanger) |
| Er waren ook huizen zonder een atrium. Deze huizen werden gebouwd rond een binnenplaats en/of binnentuin. Ze konden net zo groot en rijk zijn als een huis met atrium. De inrichting was niet zo formeel als een huis met atrium, dus uitstekend geschikt voor onderverhuur aan meerdere families. Net als in Rome werden op bestaande gebouwen soms een tweede, of zelfs meerdere verdiepingen gebouwd. Dit kon een uitbreiding van het eigen huis zijn, maar werden vaak ook onderverdeeld in appartementen onder de naam CENACULA. Ooit heette een eenvoudige eetkamer op de tweede verdieping zo, maar het werd al snel de naam voor een klein appartementje met eigen opgang. De wat betere cenacula werden CENACULUM EQUESTRE genoemd en waren zeer populair onder de middenklasse. (beschaafd maar niet rijk) |
| Aan de zeer vele vreemdelingen in deze handelstad werden kamertjes verhuurt achter bars, bordelen en restaurantjes. |
| Tenslotte: Ook opvallend aan de huizen was dat er weinig ramen waren. De huizen keerden zich als het ware af van de straat en richtten zich op het eigen atrium en peristylium. Het was natuurlijk handig om inbrekers buiten en koelte binnen te houden. Hoewel glas al bestond was een glazen raam ontzettend kostbaar. Meestal werden de ramen gesloten met houten luiken. |
| De huizen waren zo groot dat ze soms wel een straatblok in beslag namen. De bijbehorende winkels, kroegjes en werkplaatsten werden onderverhuurd. De huurders woonden meestal boven hun winkel of kroeg. In tijden van economische crises werd ook het eigenlijke huis opgedeeld en onderverhuurd. Zoals het prachtige huis van Julia Felix, waarvan een gedeelte te huur werd aangeboden, waaronder de prive baden, 'een venus waardig', zoals de wervende advertentiegraffiti luidde. Waarschijnlijk moest ze dit doen om reparaties te kunnen betalen aan de schade veroorzaakt door de aardbeving van 62 na Chr. |
| Tussen het Atrium en het Perystilium had je een verbindingskamer, het TABLINIUM. Officieel was het de studeerkamer of bibliotheek en werden er de meest kostbare zaken van de heer des huises bewaard. Dit werd later het kantoor. Links en rechts van het tablinium had je de zogenaamde vleugels (ALA) kamertjes open naar het Atrium, waar nog meer prive kostbaarheden van de familie bewaard werden. Rondom het atrium en perystilium had je kleine vertrekken en kamertjes (OECUS), rust- en slaapkamers (CUBICULUM). |
| Reconstruktie atrium maar nu met een regenbuitje |
| x |
| Voorbeeld van een Atriumhuis. Dit type huis stamt al uit de tijd van de Samnieten. |
| Voorbeeld van een Peristyliumhuis. Dit is eigenlijk een toevoeging aan het atriumhuis. |
| Het werkelijk prachtige Samnitische atrium van het gelijknamige huis in Herculaneum |